De OBIS (Onderbouw Informatiesysteem) is een betrouwbaar instrument voor het toetsen van kleuters. Het meet spelenderwijs de vaardigheden voor aanvankelijk lezen en rekenen en is daarmee een goede voorspeller van latere leerprestaties.
Hieronder vindt u meer informatie over de OBIS. Wilt u graag met een consultant van Bureau ICE van gedachten wisselen over de mogelijkheden die de OBIS biedt, neem dan contact op met Linda Nijkamp (lnijkamp@bureau-ice.nl) of Barbara Suijkerbuijk (bsuijkerbuijk@bureau-ice.nl). U kunt bij hen ook de cd van de OBIS aanvragen.
Wat meet de OBIS?
Op basis van een beginmeting en een eindmeting kan met de OBIS de taalontwikkeling van een kleuter binnen één schooljaar vastgesteld worden.
De beginmeting is voor de jongste kleuters van vier en vijf jaar en laat zien wat een kind al kan en weet. De OBIS kan al binnen vier tot zes weken worden afgenomen nadat het kind in groep 1 op school is gekomen. De tweede meting is een vervolgmeting voor kinderen in groep 2 van ongeveer vijf en zes jaar. Met deze vervolgmeting wordt de voortgang in ontwikkeling van het kind gemeten. Bij deze tweede afname wordt rekening gehouden met de antwoorden van de leerling bij de eerste toetsafname. De onderdelen die toen goed werden beantwoord, worden weggelaten. Veel kinderen zullen nu ook kennismaken met onderdelen van de toets die ze de eerste keer niet hebben gezien.
Hoe is de OBIS opgebouwd?
De OBIS is samengesteld met het oog op gebruik in een breed scala van culturen en talen. De inhoud van de toets heeft betrekking op kennis en vaardigheden die (nog) niet op school zijn geleerd, maar wel succesvol blijken in het voorspellen van latere schoolprestaties. De test vormt als het ware de 'baseline' voor het volgen van leerprestaties.
In het eerste deel van de toets wordt gevraagd naar kennis en vaardigheden die in de literatuur worden omschreven als leesvoorwaarden, voorbereidende leesvaardigheid of ontluikende geletterdheid. De toets begint met het ‘schrijven’ van de eigen naam. Een jong kind dat speelt dat het kan schrijven, ook als is het onleesbaar gekrabbel, heeft een idee van taal. Het volgende onderdeel is woordenschat. Woordenschat wordt als de kern van taal en taalverwerving beschouwd. Het fonologisch deel van de toets – nazeggen en rijmen – geeft een indicatie van het fonologisch bewustzijn. Uit een groot aantal onderzoeken komt naar voren dat het fonemisch bewustzijn een goede voorspeller is van beginnende geletterdheid en latere vorderingen in technisch lezen. Andere aspecten van taalontwikkeling die met de toets worden vastgesteld zijn boekoriëntatie, letterherkenning en het kunnen lezen van eenvoudige woordjes.
Bij het onderdeel rekenen wordt gevraagd naar kennis en vaardigheden die in de literatuur worden omschreven als getalbegrip, voorbereidende rekenvaardigheid of ontluikende gecijferdheid. Voorbereidende rekenvaardigheden zijn: het kunnen vergelijken, classificeren, seriëren, correspondentie leggen. Telvaardigheden zijn: het gebruik van telwoorden, synchroon en verkort tellen en resultatief tellen.
Bij de tweede meting is er ook de mogelijkheid om het onderdeel houding af te nemen. Dit deel van OBIS is naar eigen keuze. Het wordt niet gebruikt om toetsscores te berekenen, maar het kan zeer belangrijke informatie opleveren voor de docent.
Toetsafname
De OBIS staat op cd. De toets wordt afgenomen door een volwassene in een één-op-één situatie met de leerling, voor het scherm van de computer.
De toets is adaptief. Het computerprogramma verwerkt de antwoorden en stelt op grond daarvan de toetsafname voortdurend bij. Wanneer het kind een reeks onjuiste antwoorden geeft, dan zal het programma doorgaan naar een ander onderdeel van de toets. Het programma past zich aan het niveau van ieder kind afzonderlijk aan. Zo legt de toets dus niet de nadruk op wat het kind niét kan, maar juist op wat het kind wél kan. De toetsafname duurt niet langer dan 15 tot 20 minuten.
De school stuurt na de verschillende toetsafnames de gegevens op en korte tijd daarna ontvangt de school de uitslag van de toets, zowel op leerling- als op groepsniveau. De OBIS-software wordt jaarlijks vervangen door een nieuwe versie.

