Franke Teunisse
De OBIS is een betrouwbaar instrument voor het toetsen van kleuters. Het meet spelenderwijs de vaardigheden voor aanvankelijk lezen en rekenen en is daarmee een goede voorspeller van latere leerprestaties.
Op basis van een beginmeting en een eindmeting kan met de OBIS de taalontwikkeling van een kleuter binnen één schooljaar vastgesteld worden.
De beginmeting is voor de jongste kleuters van vier en vijf jaar en laat zien wat een kind al kan en weet. De OBIS kan al binnen vier tot zes weken worden afgenomen nadat het kind in groep 1 op school is gekomen. De tweede meting is een vervolgmeting voor kinderen in groep 2 van ongeveer vijf en zes jaar. Met deze vervolgmeting wordt de voortgang in ontwikkeling van het kind gemeten. Bij deze tweede afname wordt rekening gehouden met de antwoorden van de leerling bij de eerste toetsafname. De onderdelen die toen goed werden beantwoord, worden weggelaten. Veel kinderen zullen nu ook kennismaken met onderdelen van de toets die ze de eerste keer niet hebben gezien.
De OBIS is samengesteld met het oog op gebruik in een breed scala van culturen en talen. De inhoud van de toets heeft betrekking op kennis en vaardigheden die (nog) niet op school zijn geleerd, maar wel succesvol blijken in het voorspellen van latere schoolprestaties. De test vormt als het ware de 'baseline' voor het volgen van leerprestaties.