Meedoen in de samenleving

Er is van alles gaande in inburgeringsland. De regie over de inburgering komt deels terug bij gemeenten, waarbij er naast taal en leerbaarheid aandacht moet zijn voor persoonlijke factoren en toekomstverwachtingen. Laat de regie vooral gaan over informatie, organisatie en het ontzorgen van de inburgeraar. Die kan zich dan richten op het vormgeven van zijn of haar toekomst én het meedoen in de samenleving.

Zowel in het huidige als het nieuwe inburgeringsstelsel moeten inburgeraars aantonen dat ze kunnen meedoen in de samenleving. Dat kan in het huidige stelsel door het afleggen van NT2-examens (inburgeringsexamen of Staatsexamen Nt2) of door het behalen van een Nederlands
diploma van een beroepsopleiding. In het nieuwe stelsel zijn er straks drie routes: de B1-route, de Onderwijsroute en de Z-route.

Drie routes
De B1-route wordt de norm: inburgeraars sluiten het inburgeringstraject af met een examen op taalniveau B1. De Onderwijsroute richt zich op het behalen van een Nederlands diploma van een beroepsopleiding, om zo een duurzaam perspectief op de arbeidsmarkt te bieden. Deze route geldt alleen voor mensen tot 30 jaar. De Z-route richt zich op de mensen voor wie de huidige eisen te hoog gegrepen zijn. In plaats van deze mensen een ontheffing te verlenen krijgen zij extra aandacht, gericht op zelfredzaamheid en het zo veel als mogelijk beheersen van de Nederlandse taal.

Plan Inburgering en Participatie
Maar hoe wordt nu bepaald wat voor iemand de beste route is? In het huidige stelsel kunnen mensen hierin zelf een keuze maken. Veel inburgeraars kiezen voor het inburgeringsexamen, omdat dat een lager taalniveau eiste dan de Staatexamens Nt2: taalniveau A2 in plaats van B1 of B2. Zo hebben zij eerder kans om binnen de termijn van drie jaar aan de inburgeringsplicht te voldoen. Straks ligt de regie weer meer bij de gemeenten. Samen met de inburgeraar wordt een PIP opgesteld: een Plan Inburgering en Participatie. Dit is een persoonlijk programma voor het leren van taal in combinatie met werk, vrijwilligerswerk, studie of stage.

Intake
Wat is er nodig om alles goed in kaart te brengen en zicht te houden op de vorderingen? Zo’n traject kan starten met een intaketoets. Met verschillende toetsonderdelen kan het startniveau taal en de leerbaarheid van de inburgeraar worden gemeten. In de weken erna is een verlengde intake mogelijk, waarin wordt bekeken en besproken of het programma aansluit bij de capaciteiten en de verwachtingen. En daarna blijft er aandacht voor monitoring van de vorderingen, door middel van observaties, gesprekken en tussentijdse toetsen.

Regie
Voor de voorgaande inburgeringsstelsels heeft Bureau ICE de Toolkit Intake Wet inburgering ontwikkeld en het Intake-instrument NT2. Maar het nieuwe stelsel zal vragen om een andere intake: de onderdelen taal en leerbaarheid zullen blijven, maar daarnaast moet er meer aandacht komen voor persoonlijke factoren, de randvoorwaarden en toekomstverwachtingen. Die aandacht kun je geven door niet alleen te toetsen, maar door meerdere flexibel in te zetten observatieinstrumenten, gespreksleidraden, zelfbeoordelings- en evaluatiemomenten te gebruiken. De regie hierover komt deels terug bij gemeenten, maar laat dat vooral een regie zijn die zich richt op informatie, organisatie en ontzorgen van de inburgeraar. Zodat die zich echt kan bezighouden met de inhoud: het vormgeven van zijn of haar toekomst en het meedoen
in de samenleving.

Op dit moment zijn de nieuwe plannen nog volop in ontwikkeling. We volgen het nieuws op de voet, zodat we straks een vernieuwd intake-instrument kunnen bieden dat goed aansluit bij het nieuwe stelsel. Houd onze website in de gaten, of meld je aan voor de nieuwsbrief NT2.

Wil je ook de gratis jubileumeditie van Toets! magazine ontvangen, meld je dan nu aan.

Plaats een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *