Versterken van basisvaardigheden op Spoor 10-14
'Een kind moet goed in zijn vel zitten om te kunnen leren'
Senne Rots is leercoach op Spoor 10-14 in ‘s-Hertogenbosch, een Agora-school die leerlingen begeleidt in de overstap van het primair naar het voortgezet onderwijs. In dit interview vertelt ze hoe zij tegen het versterken van de basisvaardigheden aankijken.
“Versterk de basisvaardigheden met een brede blik op het kind”, stelt Senne Rots. “Focus niet alleen op de cognitieve vaardigheden, maar zorg dat het kind zich veilig en vrij voelt om te leren. Het welzijn van het kind is een voorwaarde voor het kunnen versterken van de basisvaardigheden.”
Wat is 10-14 onderwijs?
“De naam zegt het al: het is een school voor leerlingen van 10 tot 14 jaar. Wij hebben op Spoor 10-14 groep 7 en 8 van het basisonderwijs en de eerste en tweede klas van het voortgezet onderwijs. Kinderen hebben hier meer tijd om een keuze te maken voor het niveau waarop ze willen instromen in de derde klas van het vo. Daarbij kijken ze zelf naar de vaardigheden die ze nodig hebben, zodat ze goed kunnen beoordelen welk niveau bij hen past. Sinds vorig jaar werken we met Agora, een onderwijsvorm waarbij leerlingen hun eigen curriculum samenstellen. We krijgen leerlingen die vastlopen in het basisonderwijs, die nog niet zo lang in Nederland zijn of die niet goed weten wat ze in het vo willen. Spoor 10-14 is een stedelijk initiatief in ‘s-Hertogenbosch, bedoeld om meer kansengelijkheid te creëren door kinderen een uitgestelde keuze te bieden.”
Hoe versterken jullie de basisvaardigheden?
“Leerlingen krijgen op vaste momenten in de week instructie voor taal of Nederlands en Engels en voor rekenen of wiskunde. Verplichte lessen zijn niet gebruikelijk binnen Agora; leerlingen maken immers hun eigen curriculum. Maar we vinden het belangrijk dat ze een goede basis hebben om verder op te bouwen. Het liefst zouden we de basisvaardigheden volledig oefenen binnen de challenges die onze leerlingen doen, maar dat is organisatorisch niet haalbaar.”
Challenges?
“Leerlingen bedenken wat zij graag willen weten of leren en maken daar een challenge bij. Zo bouwen ze, onder onze begeleiding, hun eigen curriculum. Een challenge kan een onderzoek naar bevers zijn, maar ook het leren bereiden van nieuwe gerechten. Bij elke challenge komen verschillende vakgebieden aan bod. Die noemen we ‘perspectieven’, zoals de tijdreisbril bij het vakgebied geschiedenis. We stimuleren leerlingen om op termijn met alle perspectieven te werken. Leerlingen zijn intrinsiek gemotiveerd voor de challenges en daardoor beklijft wat ze leren veel beter. Ik zie dat dagelijks in de praktijk: het leerrendement is hoger dan bij de instructielessen en geïsoleerde oefeningen om de basisvaardigheden te versterken.”
“Geef kinderen tijd en vertrouwen in hun kunnen.“
Hoe komen de basisvaardigheden binnen de challenges aan bod?
“Leerlingen hebben de basisvaardigheden nodig om de challenges uit te voeren. Om meer te leren over bevers, moet je teksten kunnen lezen en begrijpen. Als je een recept volgt, moet je met cijfers en meeteenheden werken. De instructielessen kunnen voor sommige leerlingen alsnog heel fijn zijn: bijvoorbeeld wanneer ze moeite hebben met schrijven. Spellingles geeft dan het vertrouwen dat ze nodig hebben om de doelen en het plan voor hun challenge op te schrijven. Maar ook dan gaat het dus niet alleen om de cognitieve vaardigheden. Op Spoor 10-14 staat de persoonlijke ontwikkeling van de leerling voorop.”
Anders komt een kind niet tot leren?
“Precies. Een kind moet goed in zijn vel zitten om te kunnen leren. Ik heb vaak genoeg ervaren dat dat niet vanzelfsprekend is. Kinderen moeten ons, de leercoaches, vertrouwen en op zichzelf durven vertrouwen dat ze capabel zijn om bijvoorbeeld een rekenles te volgen. Veel kinderen die hier komen, hebben die veilige basis op hun vorige school niet gevoeld. Dan is er simpelweg geen ruimte om te leren, hoeveel je ook oefent met de basisvaardigheden. Daarom beginnen we de dag met de vraag: hoe zit je erbij? Ben je in staat om te leren? Zo niet, dan kijken we samen wat daarvoor nodig is.”
Welke uitdagingen komen jullie tegen in het versterken van de basisvaardigheden?
“Ik ben chef rekenen en wiskunde, dus ik verzorg samen met andere leercoaches alle instructies voor deze lessen. Maar de leerlingen hebben verschillende rekenmethodes gehad op hun vorige scholen. Het is moeilijk om hun niveau in te schatten. Dus mijn grootste uitdaging is om te ontdekken waar ik kan aansluiten bij hun ontwikkeling. Wat kunnen ze al wel of nog niet? Voor leerlingen zelf is het vaak een uitdaging om open te staan voor instructie, omdat ze voor deze verplichte lessen in basisvaardigheden minder gemotiveerd zijn dan voor hun challenges.”
“We doen ons best om de toetsen niet zo belangrijk te maken en kijken vooral naar de groei van een leerling.“
Hoe volgen jullie de ontwikkeling van leerlingen?
“Deels doen we dat met formatief evalueren in de vorm van diagnostische toetsen. Daarmee kijken we wat een leerling al kan en aan welke doelen de leerling gaat werken. Voor de basisvaardigheden nemen we op vaste momenten in het jaar summatieve toetsen af. Dat vind ik niet de beste manier om te zien waar leerlingen staan, want ze voelen vaak druk of angst bij toetsen. Maar we moeten aan ouders, de onderwijsinspectie en de scholen waar leerlingen straks naartoe gaan, laten zien waar een leerling staat. We doen daarom ons best om de toetsen niet zo belangrijk te maken en kijken vooral naar de groei van een leerling.”
Maken jullie leerlingen de doorstroomtoets?
“Ja, die is ook voor onze leerlingen verplicht. Dat is het grensgebied waarin we ons nu bevinden: we wijken af van het systeem, maar moeten ons tegelijkertijd nog wel aan bepaalde onderdelen van het systeem houden. Dus we nemen de doorstroomtoets af, geven het advies door aan ouders en halen inzichten uit de toets; maar we gebruiken deze meer als tussenevaluatie dan als eindmeting.”
Welk advies heb je voor andere scholen voor het versterken van de basisvaardigheden?
“Geef kinderen tijd en vertrouwen in hun kunnen. En durf per basisvaardigheid te kijken naar wat een leerling aankan. Als een leerling op weg is om uit te stromen naar havo, dan wil dat niet zeggen dat hij of zij op alle vakgebieden precies havo-niveau heeft. Misschien kan de leerling bij wiskunde havo aan, maar bij Nederlands vmbo of juist vwo. Durf daarin dan ook verschil te maken. Zo help je de leerling het beste in zijn of haar ontwikkeling.”
'Is het voor een cijfer?' JIJ! kijkt naar jou
Het team van JIJ! werkt dagelijks met scholen samen aan doelgericht toetsen en evalueren. We kijken naar jou, en helpen je met de inzichten die jij nodig hebt om jouw leerlingen te laten groeien.
We zijn zeker niet tegen cijfers. Er kan een hele goede reden zijn om een cijfer te geven. De vraag is vooral waarom je een cijfer geeft, wat zegt het? Hoe helpt het jouw leerling zich verder te ontwikkelen én wat voor inzicht geeft het jou als docent? Dat is precies waar onze trainingstrajecten en gesprekken bij de inzet van het JIJ! LVS over gaan. Waarom toets je? Welke vorm van toetsing past daarbij én wat doe je met de resultaten en inzichten?