Kritisch kijken naar toetsing

Foto van Samantha en Hans
Foto van Samantha en Hans

Hoe zorg je ervoor dat toetsen niet alleen eerlijk en betrouwbaar zijn, maar ook herkenbaar en van constante kwaliteit? En hoe ontwikkel je als school een gemeenschappelijke visie op toetsing? Conrector Hans Visser en docent maatschappijleer Samantha Flierman-Spek van het Emmauscollege in Rotterdam volgden het traject Toetsexpert van JIJ!, en vertellen hoe zij dit op school aanpakken.

Wat was voor jullie de aanleiding om als school het traject Toetsexpert te volgen?

Hans: “Wij merkten dat er binnen de school veel variatie was in de manier waarop toetsen werden vormgegeven; in layout, vorm én kwaliteit. Vanuit de examencommissie en de schoolleiding kwam daarom het advies dit meer op één lijn te brengen. We zagen bijvoorbeeld dat sommige toetsen inhoudelijk overlap hadden met eerdere schoolexamens, naast variatie in de vraagstellingen. Ook viel op dat een aantal toetsen echt een upgrade kon gebruiken. Tijdens het traject Toetsexpert zijn we gaan onderzoeken: wat zien we terug in onze schoolexamens, waar lopen we tegenaan en hoe kunnen we collega’s helpen om hun toetsen te verbeteren?”

Wanneer zijn jullie het traject gestart en hoe hebben jullie het op school aangepakt?

Hans: “We zijn vorig jaar gestart met de eerste groep docenten en inmiddels is de tweede groep begonnen. In de eerste ronde deden vooral de enthousiastelingen mee, de collega’s en secties die hier zelf al mee aan de slag wilden. We hebben afgesproken dat er ieder jaar vanuit elke sectie minimaal één collega aansluit. Dat is nagenoeg gelukt. We hebben twaalf secties. Zo breiden we de groep toetsexperts stap voor stap uit. In vijf jaar willen we dat alle docenten uit de bovenbouw het traject hebben gevolgd.”

Waarom vinden jullie dit belangrijk?

Hans: “We merken dat het helpt om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen rondom toetsing. We willen allemaal hetzelfde bedoelen wanneer we praten over zaken als normering of cesuur. Hoe bepaal je bijvoorbeeld een goede N-term, hoe leg je dat vast, en waar begint dat gesprek? Het helpt als er binnen het team mensen zijn met de kennis om dat gesprek te voeren en collega’s mee te nemen in de juiste aanpak. Dat zorgt voor meer duidelijkheid en kwaliteit.”

Wat merk je tot nu toe van de training in de praktijk?

Hans: “De trainer kijkt niet alleen naar wat er vanuit JIJ! wordt aangeboden, maar weet ook goed wat er bij ons op school speelt. Daardoor sluit de inhoud goed aan op onze praktijk. We hebben nog niet formeel onderzocht of de totale kwaliteit van de toetsen daadwerkelijk is verbeterd. Wat we wél zien, is dat er meer uniformiteit is ontstaan in de aanlevering van de schoolexamens in opbouw, lay-out en werkwijze. Bovendien is het gesprek over toetsing binnen de school merkbaar meer een gezamenlijk proces geworden.”

Samantha: “Mijn vakgroep bestaat uit drie docenten, dus wij kunnen praktische tips vanuit de training relatief makkelijk doorvoeren in de praktijk. Tijdens de afgelopen toetsweek zagen we al verbetering ten opzichte van voorgaande jaren. We kijken nu kritischer naar de kwaliteit en eerlijkheid van onze vragen. Soms bevatte een toets bijvoorbeeld algemene kennis die niet tot de leerstof behoorde. Eerder dacht je als docent dat je kon aannemen dat een leerling dit wel zou weten, maar nu beseffen we dat dat niet kan.”

Je leert met een andere bril naar toetsen kijken.

Hans Visser, Conrector 5 en 6 VWO, Emmauscollege in Rotterdam

 

Kun je een voorbeeld noemen van inzichten die jij als docent en jullie als sectie concreet toepassen?

Samantha: “Voorheen gebeurde het vaak dat we pas vlak voor de toetsweek een toets gingen maken, omdat de inleverdatum in zicht kwam. Dan keek een collega er nog even snel naar en was het klaar. Dat pakken we nu anders aan. Drie weken voordat de toets moet worden ingeleverd, is hij al af. We plannen bewust een moment in om elkaars toetsen kritisch te bekijken. We printen ze uit, pakken er markeerstiften bij en gaan er samen voor zitten. Op school is het altijd druk. Als je er geen tijd voor inplant, schiet het erbij in. Ook als een toets op het eerste gezicht prima lijkt, kun je altijd iets verbeteren. Prima is niet goed genoeg, zeggen we nu tegen elkaar.”

“Daarnaast was het leuk en inspirerend om ook sectie-overstijgend te werken: ik keek als maatschappijleerdocent bijvoorbeeld mee naar een natuurkundetoets. Inhoudelijk begreep ik daar misschien niet alles van, maar ik zag wel of een verwijzing niet klopte of als een tekst onduidelijk was. Zo leer je met een andere bril naar toetsen kijken. Mijn tip: vraag een collega die toevallig naast je in de personeelskamer zit eens om jouw toets te bekijken. Een frisse blik van een collega uit een ander vakgebied kan waardevolle inzichten opleveren.”

We brengen goed in kaart hoeveel toetsen en toetsvormen er per afdeling en per leerjaar worden afgenomen. Zo krijgen we een eerlijk beeld van de praktijk én kunnen we samen kijken naar de balans tussen kwaliteit, aantal en ervaren druk.

Hans Visser, Conrector 5 en 6 vwo, Emmauscollege in Rotterdam

Jullie werken hard aan de kwaliteit van de toetsen, maar hoe zit het met de kwantiteit? Merken jullie dat leerlingen op school veel toetsdruk ervaren?

Hans: “De thematiek van toetsdruk en prestatiedruk bespreken we pro-actief met onze leerlingen. We proberen daarbij te achterhalen of het gaat om ervaren toetsdruk of om feitelijke toetsdruk. Dat is niet altijd hetzelfde. Soms voelen leerlingen veel druk, terwijl het aantal toetsen in werkelijkheid meevalt. Uit Magister blijkt dat het aantal toetsen dat wij als school afnemen onder het landelijke gemiddelde ligt. Tegelijk merken we dat het thema toetsdruk ook bij ons leeft. Er is soms een verschil tussen wat leerlingen ervaren en wat de cijfers laten zien. Daarom inventariseren we zorgvuldig hoeveel toetsen en toetsvormen er per afdeling en per leerjaar worden afgenomen, zodat we het gesprek over toetsdruk kunnen voeren op basis van zowel ervaring als feitelijke informatie. Dit schooljaar onderzoekt de examencommissie dit onderwerp dieper, om beter inzicht te krijgen in de oorzaken en beleving van toetsdruk binnen onze school.”

We kijken nu kritischer naar de kwaliteit en eerlijkheid van onze vragen

Samantha Flierman-Spek, docent maatschappijleer/maatschappijwetenschappen en mentor 5 vwo, Emmauscollege in Rotterdam

 

“Is het voor een cijfer?” Docenten merken vaak dat leerlingen pas in actie komen als er een beoordeling aan vastzit. Herkennen jullie deze vraag van leerlingen, en hoe gaan jullie ermee om?

Samantha: “Die vraag krijgen we inderdaad best vaak. Bijvoorbeeld als ik leerlingen een presentatie in de klas wil laten doen, die niet beoordeeld wordt met een cijfer. Ik leg hen dan uit waarom het toch waardevol is om te doen. Ze zullen de stof beter onthouden, als ze iets zó goed begrijpen dat ze het aan anderen kunnen uitleggen. Bovendien leer je door te presenteren ook beter om voor een groep te spreken. En hoe vaker je dat doet, hoe makkelijker het wordt. Dus in plaats van te zeggen dat ze het gewoon moeten doen, probeer ik altijd te onderbouwen waarom het hen verder helpt. In de bovenbouw vinden leerlingen dat niet altijd leuk, maar ze begrijpen het meestal wel als je het uitlegt.’

Hoe kijk je hier als conrector tegenaan?

Hans: “Het is een interessante vraag, die je op verschillende manieren kunt bekijken. Het is niet per se verkeerd om iets voor een cijfer te doen. Een toets kan juist ook motiveren. Het is een bewijsstuk van wat je hebt geleerd en dat mag best een goed gevoel geven. Maar als die vraag heel vaak wordt gesteld, dan is dat ook een signaal. Het kan zijn dat het voor leerlingen dan niet duidelijk is waarom ze iets doen. In dat geval probeer ik door te vragen. Waarom stel je die vraag? Vind je iets te moeilijk, niet interessant, of speelt er iets anders? Er kan van alles onder zitten. Soms is het een didactisch vraagstuk: hoe leg je als docent uit hoe dit onderdeel past binnen het grotere geheel? Ik vind het geen vervelende vraag. Het is juist fijn om leerlingen tot aan hun examen te kunnen helpen en begeleiden. Want eenmaal aan hun tafeltje in de gymzaal, moeten ze het zelf doen. Tot die tijd zijn wij er voor ze.”

'Is het voor een cijfer?' JIJ! kijkt naar jou

Het team van JIJ! werkt dagelijks met scholen samen aan doelgericht toetsen en evalueren. We kijken naar jou, en helpen je met de inzichten die jij nodig hebt om jouw leerlingen te laten groeien.

We zijn zeker niet tegen cijfers. Er kan een hele goede reden zijn om een cijfer te geven. De vraag is vooral waarom je een cijfer geeft, wat zegt het? Hoe helpt het jouw leerling zich verder te ontwikkelen én wat voor inzicht geeft het jou als docent? Dat is precies waar onze trainingstrajecten en gesprekken bij de inzet van het JIJ! LVS over gaan. Waarom toets je? Welke vorm van toetsing past daarbij én wat doe je met de resultaten en inzichten?

Het interview met Hans en Samantha is ook te lezen in de “Is het voor een cijfer” E-publicatie. Nieuwsgierig naar meer ervaringsverhalen of praktische tips? Vraag dan de gratis E-publicatie aan.

Is het voor een cijfer?