Mbo-docent Cristina over de evaluatieroute van TOA – deel 2: voortgangstoetsen

Evaluatieroute Cristina - deel 2
Evaluatieroute Cristina - deel 2

De evaluatieroute van TOA bestaat uit drie stappen: een nulmeting, voortgangstoetsen en het examen. Gedurende dit schooljaar volgen we mbo-docent Cristina Tanasa, die vertelt waarom en hoe zij de evaluatieroute inzet. Vandaag deel 2: voortgangstoetsen

Cristina behoort tot een groep docenten binnen mboRijnland die de complete evaluatieroute van TOA, inclusief de voortgangstoetsen, uitprobeert. Vorig jaar experimenteerde ze er al mee tijdens haar lessen. Dit jaar gaat zij verder experimenteren met de evaluatieroute.

Waarvoor gebruik jij de voortgangstoetsen?

‘Om de ontwikkeling van studenten te monitoren. Een voortgangstoets is een gelegenheid voor studenten om aan mij én zichzelf te laten zien hoe het ervoor staat met hun voortgang. Je krijgt informatie die je meteen kunt vergelijken met de nulmeting aan het begin van het schooljaar en met het niveau dat je straks zou moeten halen’

‘Het resultaat is geen kwestie van goed of fout, of van wel of geen voldoende; het is informatie over waar je nu staat. Stel dat je bij de nulmeting op niveau A2 zat en dat je twintig weken later lager scoort. Dat kan ik dan heel feitelijk brengen. Dit is wat we zien; hoe ervaar jij dat? Hoe denk je dat het komt en wat kunnen we er volgens jou aan doen? En als iemand juist is gegroeid ten opzichte van de nulmeting, dan kun je door de feedback in TOA mooi zien waarin iemand precies gegroeid is, en waar nog ruimte voor verbetering zit. Dat werkt heel motiverend.’

‘Studenten zijn visueel ingesteld. Die hebben meer aan één grafiek dan aan een gesprek van tien minuten.’

Mbo-docent Cristina Tanasa

‘Er zijn twee dingen die ik erg goed vind aan de voortgangstoetsen in TOA. Ten eerste dat het voor studenten veel echter aanvoelt dan een willekeurig toetsje aan het einde van de periode. Omdat je ze afneemt in een omgeving die heel erg lijkt op de examenomgeving.’

‘Daarnaast wordt de voortgang heel duidelijk in beeld gebracht. Studenten zijn visueel ingesteld. Die hebben meer aan één grafiek dan aan een gesprek van tien minuten. In TOA is meteen duidelijk of het lijntje omhoog gaat, op hetzelfde niveau is gebleven of omlaag gaat. Dat motiveert studenten om zichzelf verder te ontwikkelen. Of het is juist een soort wake-up call.’

Op welk moment in het schooljaar zet jij de voortgangstoetsen in?

‘Het einde van de tweede periode is een mooi moment, want in de eerste periode heb je de nulmeting al. Vlak voor de kerstvakantie moet je niets doen, vind ik. Dan is iedereen moe en is de kans groot dat studenten een laag cijfer halen. Dus eind januari, begin februari. En aan het einde van de derde periode kun je het nog eens doen; ergens in april, mei. Of aan het einde van het schooljaar.’

‘Ik heb daar niet echt een vaste richtlijn in; ik kijk naar de groep. De ene groep gaat supersnel. Dan wil ik aan het einde van de tweede periode wel eens zien of ze gegroeid zijn. Bij een andere groep speelt er misschien het nodige qua groepsdynamiek en dan weet je al: dat heeft niet zoveel zin. Soms duurt het een half jaar voor studenten in de leermodus komen, zeker in het eerste jaar. Als je dan al een voortgangstoets afneemt, zou dat kunnen demotiveren vanwege tegenvallende resultaten.’

Hoe verloopt de afname van een voortgangstoets?

‘Ik doe het tijdens de les. Klassikaal, in het lokaal. Ook vanwege de toetservaring. Studenten zitten zestig minuten achter hun laptop, in een toetsomgeving die lijkt op de examenomgeving.’

‘Voor studenten die een versneld traject volgen, zijn de voortgangstoetsen mooi in te zetten als examentraining. Die zet ik dan in een aparte ruimte, met een andere toets dan de rest. Twintig, vijfentwintig studenten maken de toets in de klas. En de twee, drie of vier studenten die een versneld traject volgen, zitten in een spreekkamertje ernaast. Zodat ik een beetje in de gaten kan houden wat ze aan het doen zijn.’

‘Zie ik bij het nakijken dat een student supergoed is in grammatica, maar slecht in lay-out? Dan weet ik: jij hebt op dat stukje wat meer instructie of begeleiding nodig.’

Mbo-docent Cristina Tanasa over de voortgangstoetsen in de evaluatieroute van TOA

Wat voor informatie haal je uit de voortgangstoetsen? En hoe gebruik je die informatie in je onderwijs? Of in gesprekken met studenten?

‘Die gebruik ik vooral voor één-op-één feedback. In TOA kun je heel makkelijk uitslagrapportages en adviesrapportages genereren. Die deel ik met studenten, om te laten zien waar ze staan in hun ontwikkeling.’

‘Neem bijvoorbeeld Schrijven. Dat moet je beoordelen op verschillende onderdelen zoals samenhang, grammatica, lay-out, leestekens. Zie ik bij het nakijken dat een student supergoed is in grammatica, maar slecht scoort op lay-out? Dan weet ik: jij hebt op dat stukje wat meer instructie of begeleiding nodig. Bij een andere student is dat misschien juist andersom. Die heeft dan weer een ander traject nodig. Vaak maak ik daar dan kleine groepjes van in de klas, gebaseerd op de informatie die ik uit de voortgangstoetsen haal’

Deel 3: het examen

Komend voorjaar verschijnt het derde interview met Cristina. Daarin vertelt ze hoe ze de evaluatieroute van TOA gebruikt in aanloop naar het examen. Nieuwsgierig? Meld je aan voor de TOA-nieuwsbrief of volg ons op LinkedIn.

Heb jij deel 1 gemist?

Benieuwd hoe en waarom ze op mboRijnland nulmetingen inzetten aan het begin van het schooljaar? Lees dan ook het eerste interview met Cristina over de evaluatieroute van TOA.