Toets leerdoelen, niet prestaties

WEBSITE-HEADER-FW-IEP-2025_Training-referentie
WEBSITE-HEADER-FW-IEP-2025_Training-referentie

Als je de ontwikkeling van een leerling wilt volgen, maakt het veel uit hoe je toetst. IEP kijkt naar de beheersing van leerdoelen in plaats van leerlingen te vergelijken met een norm. Benieuwd waarom? Verrassend genoeg kan het zwemdiploma ons veel leren over het onderwijssysteem…

Stel je voor: alleen de beste vijf zwemmers gaan naar het volgende badje. Zwem je langzamer dan gemiddeld, dan moet je nog even oefenen – ook als je alle leerdoelen beheerst. Een vreemd beeld? Toch doen we het in ons onderwijs al decennialang zo. Als je het ene jaar een goed cijfer haalt met achttien goede antwoorden, kan je er volgend jaar twintig nodig hebben voor een “voldoende”, afhankelijk van hoe goed anderen de toets maken.

Dat moet anders, vinden wij bij IEP. Stop met leerlingen vergelijken en kijk naar de eígen ontwikkeling van een kind ten opzichte van vastgestelde criteria op leerinhoud. Focus op groei, niet op prestaties. Zo helpen we leerlingen het beste vooruit.

 

“Als je de ontwikkeling van een leerling wil volgen, sla je de plank mis met normgerichte toetsen.”

 

Bewust toetsen

Waarom toetsen we eigenlijk? Dat is een belangrijke vraag die steeds meer scholen stellen, omdat hun leerlingen last hebben van toets- en prestatiedruk. Scholen kijken kritisch naar hun toetsbeleid: sluit het wel aan op hun visie? Want als je de ontwikkeling van een leerling wilt volgen, sla je de plank mis met normgerichte toetsen.

Bij normgericht meten vergelijken we de prestaties van leerlingen met elkaar om het resultaat te bepalen. Het niveau in een populatie, bijvoorbeeld alle leerlingen in midden groep 5 (M5), bepaalt de norm: het gemiddelde waarmee wordt vergeleken. Het resultaat dat een leerling behaalt, hangt dus af van de vaardigheden van anderen. Het laat niet zien wát een leerling dan wel of niet goed kan en of het past bij de aangeboden leerinhoud.

Criteriumgericht meten is meer geschikt om de ontwikkeling van een leerling te volgen. Waarom? Criteriumgerichte toetsen kijken of leerlingen vooraf vastgestelde criteria, in dit geval de leerdoelen (bijvoorbeeld 5a), beheersen. De vaardigheden tellen, niet hoe een leerling presteert ten opzichte van andere leerlingen. Zo krijgt de leerkracht concrete inzichten in wat de leerling al beheerst en wat het effect is van het aangeboden onderwijs. Hiermee kun je direct aan de slag in de klas.

 

“Bij criteriumgericht meten tellen de vaardigheden, niet hoe een leerling presteert ten opzichte van andere leerlingen.”

 

De metafoor van het zwemdiploma

In het Nederlandse onderwijs toetsen we al tientallen jaren vooral normgericht. Bij zwemlessen doen we dat anders: daar meten we criteriumgericht. Voor het behalen van een A- diploma zijn duidelijke leerdoelen vastgesteld. Bijvoorbeeld met een hurksprong het water in, zestig seconden watertrappen op de plek, waarvan de laatste twintig seconden in kleine golven. Als je aan alle criteria voldoet, mag je een zwemdiploma in ontvangst nemen.

Wat als we bij zwemlessen, net als op school, gebruik zouden maken van normgericht meten? Dan zouden we uitgaan van de gemiddelde leerling. Alle leerlingen die gemiddeld of sneller dan gemiddeld zwemmen, halen hun diploma. Zoals leerlingen op school een Ι, ΙΙ of ΙΙΙ score halen in de groene en gele vakjes. Alle leerlingen die langzamer zwemmen dan gemiddeld, krijgen verlengde instructie. Zoals leerlingen op school dan een ΙV of V score krijgen in het oranje of rode vakje. Ook als ze de leerdoelen beheersen.

Het gevolg? Alleen de vijf beste kinderen mogen naar het volgende badje, ongeacht hun vaardigheden. Dat werkt competitie in de hand en geeft kinderen onnodig veel stress. Het niveau verschilt per groepje, terwijl je wil dat elk kind met een diploma goed kan zwemmen. Leerlingen die hoog scoren krijgen in de praktijk minder aandacht, terwijl ook zíj kunnen groeien. Je weet alleen of een leerling beter of slechter is dan andere leerlingen, maar niet wát ze precies kunnen. Waar oefen je dan op met de kinderen?

 

“Normgericht meten werkt competitie in de hand en geeft kinderen onnodig veel stress.”

 

Toetsen op inhoud

Dus wat kan een zwemdiploma ons leren over ons onderwijssysteem? Daphne van Heusden, productmanager bij IEP: ‘Dat het goed is om kritisch te kijken naar de manier waarop je toetst. Criteriumgericht meten legt de nadruk op persoonlijke groei ten opzichte van leerinhoud, in plaats van het resultaat te vergelijken met andere kinderen. Dat geeft je als leerkracht concrete inzichten in wat de leerling al beheerst en waar je met je aanbod nog kunt bijsturen.’

Het werkt bovendien motiverend voor een leerling om toe te werken naar concrete doelen, in plaats van afhankelijk te zijn van een verschuivende norm. Haalt de leerling de criteria niet? Dan gaat deze nog even verder met oefenen. Een toets is geen moment van slagen of zakken; je krijgt altijd meerdere kansen om te laten zien dat je de afgesproken doelen beheerst. Zo draagt criteriumgericht meten bij aan meer kansengelijkheid.

Onze boodschap? Stop met normgericht meten, start met toetsen die je vertellen welke leerdoelen een leerling beheerst. Het IEP LVS focust op groei met criteriumgerichte toetsen. Anders kijken, meer zien!