Kijk naar de complete puzzel met het IEP LVS

Zo gebruik je het IEP LVS waarvoor het bedoeld is

Waarom kunnen we bij IEP niet inzoomen met een foutenanalyse op groepsniveau? En waarom geeft IEP geen lessuggesties op basis van de resultaten? Ons antwoord: dat is niet waar de IEP LVS toetsen voor bedoeld zijn. Een LVS-toets helpt je om de grote lijn in de ontwikkeling van leerlingen te zien; niet om te focussen op specifieke lesdoelen. Lees mee en ontdek hoe het IEP LVS jouw professionele oordeel ondersteunt!

In het recente rapport ‘Kijk anders naar toetsen’ adviseert de onderwijsraad om scherp te zijn op de functie van een toets en functies niet te vermengen. Dat sluit aan bij hoe wij bij IEP naar toetsen kijken: zet toetsing bewust in en gebruik een toets waarvoor die bedoeld is. Wat wil je bereiken met de toets? Waarvoor leent deze specifieke toets zich? Hoe gebruik je deze in de praktijk?

De Onderwijsraad maakt onderscheid tussen een onderwijsleer-, selectie- en evaluatiefunctie. Het IEP LVS heeft een onderwijsleerfunctie: de toetsen zijn bedoeld om te ondersteunen bij het onderwijzen en leren. Maar let op: het ondersteunen van de onderwijsleerfunctie gebeurt niet met alle toetsen op dezelfde manier. De ene toets is bedoeld om naar de grote lijnen van de ontwikkeling van een leerling te kijken, terwijl je met een andere toets onderzoekt welk lesdoel een leerling precies beheerst.

Kleine puzzelstukjes: dagelijkse praktijk

Je wil als leerkracht graag precies weten waar een leerling moeite mee heeft. Elke dag verzamel je kleine puzzelstukjes aan informatie over de ontwikkeling van een leerling. Daarvoor gebruik je onder andere verwerkingsmaterialen, methodetoetsen en observaties. Een methodetoets laat bijvoorbeeld vaak heel specifiek zien of een recent aangeboden lesdoel wordt beheerst. In combinatie met je observaties tijdens de lessen zie je zo goed aan welke specifieke doelen een leerling nog moet werken.

De complete puzzel: functie van LVS-toetsen

Wanneer je zo gedetailleerd naar alle lesdoelen en leerdoelen kijkt, is het moeilijk om de grote lijnen te zien. Het IEP LVS helpt je daarom om uit te zoomen. Waar methodetoetsen laten zien of een leerling een recent aangeboden lesdoel beheerst, laat het LVS zien hoe de ontwikkeling over langere tijd verloopt. Het biedt de complete puzzel: hoe is het beeld wanneer je de losse puzzelstukjes bij elkaar legt?

Juist dáár is het IEP LVS voor bedoeld. De functie van het LVS is om de rode draad te zien in de ontwikkeling van een leerling, groep, school en/of bestuur. Groeien leerlingen zoals verwacht? Blijft eerder geleerd aanbod beklijven? En welke trends zie je op groeps-, school- of bestuursniveau? Zijn leerlingen in grote lijnen op weg om de SLO-doelen te behalen en de ambitie voor de referentieniveaus te halen? Juist door deze bredere blik ondersteunt het IEP LVS scholen bij het maken van onderbouwde keuzes voor hun onderwijs.

Leerdoelen versus toetsdoelen

Om inzicht te krijgen in de grote lijnen, kijk je naar de brede vaardigheden. Je kijkt bijvoorbeeld naar de vaardigheid rekenen. Het IEP LVS meet met iedere toets een stukje van de leerlijn rekenen. Voor de toetsen van IEP nemen we een greep uit de leerdoelen die je jouw leerlingen aanbiedt: je gaat van leerdoelen naar toetsdoelen. Deze set van doelen geeft een goed en betrouwbaar beeld van waar een leerling staat in zijn ontwikkeling en of hij op weg is om een passend niveau te behalen. Maar dat betekent ook dat het geen zin heeft om té ver in te zoomen op de toets. De toets bevat soms maar een paar vragen over een bepaald domein. En dat zijn dan ook nog eens toetsdoelen en niet álle leerdoelen van dat domein.

IEP LVS-toetsen bevestigen meestal wat je al in de klas hebt gezien. Je kunt het zien als een signaalfunctie: het IEP LVS geeft een signaal dat er nog wat nodig is bij een bepaald domein. Zo ondersteunt het IEP LVS de onderwijsleerfunctie en biedt het informatie om in de klas mee aan de slag te gaan, maar áltijd in combinatie met informatie die je uit de kortere cyclus hebt verkregen: jouw observaties tijdens de lessen, tussentijdse toetsen, bloktoetsen, methodetoetsen en meer.

Wat kun je morgen anders doen?

Een handige vraag om jezelf te stellen bij het gebruik van een toets is: wat wil ik weten en welke toets past daarbij?

En voor je LVS-toetsen is belangrijk: analyseer en zoom in, maar leg er áltijd de andere informatie naast die je in je lessen en methodetoetsen hebt opgedaan. Samen zorgen al deze inzichten voor een compleet beeld waarmee je jouw onderwijsaanbod optimaal aanpast aan de leerlingen.