Aan de slag met taalvaardigheid: De Rooi Pannen zoekt het in integraal, methode-onafhankelijk onderwijs

Net als bij andere mbo-instellingen staat het onderwerp basisvaardigheden
bij De Rooi Pannen hoog op de agenda. Petra van de Ven, adjunct-directeur De Rooi Pannen Tilburg Handel & Ondernemen, vertelt over de manier waarop ze daar werken aan de taalvaardigheid van studenten. Met integraal, methode-onafhankelijk onderwijs. En in het verlengde daarvan: methode-onafhankelijk toetsen.

Als het om taalvaardigheid gaat, ziet Petra dat een meerderheid van de studenten al met een achterstand aan de opleiding begint. “Een deel van onze studenten komt niet op 2F binnen. Dan heb je een flinke opgave. Dat is niet nieuw; dat zien we al jaren. Wij hebben bovendien een zeer diverse studentenpopulatie. Denk aan studenten die instromen vanuit internationale schakelklassen. Of studenten vanuit het Entreeonderwijs, waarbij het vak Nederlands niet meetelt voor diplomering. Zij komen vaak onder het gewenste taalniveau binnen.”

“Wij hebben hier niveau 2-, 3- en 4-opleidingen. Niveau 4 leidt op tot 3F Nederlands, niveau 2 en 3 tot 2F. De vraag is: hoe krijgen we studenten binnen en hoe brengen we ze naar het gewenste niveau? De Rooi Pannen staat voor beroepsgericht onderwijs; dit is verweven in alle vakken. Wij doen dat via taalbewust beroepsonderwijs, dus door ook in andere lessen veel aandacht te besteden aan taal en begripsvorming. Bij onze NT2-studenten toetsen we bijvoorbeeld regelmatig begrippen die direct samenhangen met hun opleiding. Bij Handel & Ondernemen is het bijvoorbeeld wel fijn dat ze weten wat een klantreis inhoudt.”

Plan voor integraal onderwijs

Om structureel te werken aan de taalvaardigheid van studenten, ligt er een plan om tot integraal onderwijs te komen. Door docenten zelf vormgegeven, los van bestaande lesmethodes. “We schrijven al veel onderwijs zelf en passen al veel toe vanuit het principe taalbewust beroepsonderwijs. Sinds kort zijn we hier ook centraal op aan het sturen.”

“We gaan eerst met de docenten Nederlands aan de slag en vervolgens met het hele team. Eerst kijken hoe we studenten weer aan het lezen krijgen. Daarna volgt de stap naar taalbewust beroepsonderwijs, waarbij onze docenten Nederlands nadrukkelijk kijken naar de aansluiting tussen hun eigen lessen en de beroepslessen. Dat doen we niet vanuit een methode. We creëren ons eigen onderwijs op basis van het beroep waarvoor we studenten opleiden.”

‘Je wilt niet weten of een student de methode beheerst.
Je wilt weten of een student een vaardigheid beheerst.
Daarom vind ik methodeonafhankelijk toetsen waardevol’

Niet volledig methodevrij

Petra plaatst wel een kleine kanttekening. “Veel van ons lesmateriaal schrijven we zelf, maar we gebruiken nog regelmatig lesmethodes als ondersteuning. We zijn dus niet volledig methodevrij. Wanneer een vakgroep aangeeft dat er behoefte is aan een bepaalde methode, bijvoorbeeld omdat studenten extra ondersteuning nodig hebben, dan onderzoeken we of die toegevoegde waarde heeft.”

“Daarbij kijken we niet alleen naar die ene methode, maar ook naar alternatieven. En we stellen altijd de vraag: kunnen we dit misschien zelf ontwikkelen? Dat is een samenspel tussen docenten, schoolleiding en beleidsadviseurs. De beleidsadviseur kijkt mee en beoordeelt welke oplossing het beste aansluit bij de onderwijsdoelen. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de onderwijskundige leiding. Maar de inhoudelijke verantwoordelijkheid ligt nadrukkelijk bij de docententeams.”

Invloed van budget

“Bij De Rooi Pannen geloven we in kosteloos onderwijs, zodat iedere student gelijke kansen krijgt. Dat vraagt om bewuste keuzes in de besteding van beschikbare middelen. Docententeams kijken daarom kritisch naar wat het meeste bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs. Daar bij staat niet de methode centraal, maar de vraag welke middelen en activiteiten studenten het beste helpen bij hun ontwikkeling.”

“Wanneer docenten zien dat een dure methode ten koste gaat van bijvoorbeeld excursies, gastlessen of andere onderwijsactiviteiten, ontstaat vanzelf de vraag wat voor studenten de meeste waarde oplevert. Docenten concluderen dan regelmatig dat ze zelf iets kunnen ontwikkelen dat beter aansluit bij hun studenten en opleidingen. Niet vanuit een ideologische overtuiging tegen methodes, maar vanuit de vraag: wat hebben onze studenten nodig en hoe zetten we onze middelen daar het beste voor in?”

Methodeonafhankelijk toetsen

Als je het onderwijs methodeonafhankelijk inricht, is methodeonafhankelijk toetsen een logisch gevolg, ziet Petra. “Je wilt niet weten of een student de methode beheerst. Je wilt weten of een student een vaardigheid beheerst. Daarom vind ik methodeonafhankelijk toetsen waardevol.”

“Maar eigenlijk zit daar nog iets onder. Ik ben namelijk helemaal niet zo’n voorstander van toetsen. Ik ben een voorstander van meten. En ik geloof in ontwikkelingsgericht werken. Daarbij horen nulmetingen, tussentijdse metingen en uiteindelijk examinering. Toetsen zijn dan instrumenten. Niet meer en niet minder. Ze helpen ons om studenten verder te brengen en geven inzicht in wat een student nog nodig heeft.

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van alle TOA-ontwikkelingen? Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Wist je dat wij ook te vinden zijn op LinkedIn? Volg ons voor interessante weetjes en een uniek kijkje achter de schermen.