Menu

Een eigen plek voor het IEP LVS en de IEP Doorstroomtoets

Jarenlang had de IEP Doorstroomtoets een vaste plek in het leerlingvolgsysteem van IEP. Dat blijft zo, maar op een andere manier: we koppelen de toetsen los van elkaar. Waarom doen we dat? En hoe? Dat leggen we graag uit in dit artikel! 

Als IEP voeren we al een tijdje de discussie over de functie van de doorstroomtoets. Deze is bedoeld als second opinion naast het schooladvies van de leerkracht. In de praktijk wordt de doorstroomtoets echter ook gebruikt om een leerling te volgen of de onderwijskwaliteit te beoordelen. Dat komt het onderwijs niet ten goede. 

Het is belangrijk om de functie van de toetsen zuiver te houden: ze te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn. Daar maakt IEP zich sterk voor. Tegelijkertijd merken we dat ook binnen het IEP LVS de functies van de toetsen door elkaar zijn gaan lopen. Daarom passen we het IEP LVS aan en splitsen we de toetsen. Wat zijn nu precies de  verschillende functies van het IEP LVS en de (IEP) Doorstroomtoets? Dat leggen we eerst duidelijk uit. Daarna vertellen we hoe we de toetsen scheiden in het IEP LVS en wat dat voor jullie school betekent.  

De functie van het leerlingvolgsysteem 

In het basisonderwijs zijn voor rekenen en taal twee onderwijsdoelen wettelijk vastgelegd.  

  • Alle leerlingen beheersen bij het verlaten van de basisschool in ieder geval het fundamentele niveau 1F 
  • Zoveel mogelijk leerlingen beheersen bij het verlaten van de basisschool het streefniveau 1S voor rekenen en 2F voor taal 

Deze kennis en vaardigheden bereiden leerlingen goed voor op het vervolgonderwijs en helpen ze om zelfstandig te functioneren in de maatschappij.   

De functie van het IEP Leerlingvolgsysteem (LVS) is om de ontwikkeling van leerlingen over langere tijd te volgen. Het LVS helpt je om uit te zoomen: niet alleen kijken naar losse toetsvragen of afzonderlijke lesdoelen, maar naar de rode draad in de ontwikkeling van een leerling, groep, school of bestuur. Zo zie je of leerlingen in grote lijnen op koers liggen richting de onderwijsdoelen en referentieniveaus. Die informatie helpt je om onderbouwde keuzes te maken voor je onderwijsaanbod, altijd in combinatie met wat je dagelijks in de klas ziet, zoals observaties, methodetoetsen en ander werk van leerlingen. 

De functie van de doorstroomtoets

In het basisonderwijs is wettelijk vastgelegd dat alle leerlingen in leerjaar 8 een doorstroomtoets maken. Daarom bestaat naast het IEP LVS ook de IEP Doorstroomtoets (DST). De functie van de doorstroomtoets is om te kijken welk vervolgonderwijs passend is voor de leerling, als second opinion naast het schooladvies van de leerkracht.  

In de praktijk heeft de doorstroomtoets echter een dubbele functie. Op dit moment gebruikt de Inspectie van het Onderwijs de doorstroomtoets ook om de kwaliteit van het onderwijs op scholen te beoordelen.  De Onderwijsraad pleit in haar advies in mei 2026 voor het scheiden van deze functies: de doorstroomtoets hoort uitsluitend een selectieve functie te hebben en niet voor andere doeleinden te worden gebruikt. De Inspectie heeft inmiddels een eerste stap aangekondigd in het scheiden van de functies: de resultaten van de doorstroomtoets zijn in het Onderzoekskader 2027 niet meer doorslaggevend (https://www.onderwijsinspectie.nl/actueel/nieuws/2026/03/09/ontwikkelingen-in-het-toezicht).   

Overeenkomsten en verschillen LVS en DST 

IEP wil dat er geen twijfel bestaat over de functies van de toetsen: een goede reden om de IEP LVS toetsen en de IEP DST duidelijker van elkaar te scheiden. Maar er is nog een reden waarom we dat doen. 

Daarvoor is het handig om te weten welke overeenkomsten en verschillen er bestaan tussen ons LVS en DST. Een belangrijke overeenkomst is dat we alle toetsen dezelfde IEP kenmerken hebben gegeven: de vraagstelling, de opbouw, de onderdelen en de vormgeving in het IEP LVS en de IEP DST komen overeen. Dat is een groot voordeel voor de leerlingen: ze herkennen de manier van toetsen en weten wat ze kunnen verwachten. Dat zorgt ervoor dat leerlingen geen stress hebben voor de toets en écht kunnen laten zien wat ze geleerd hebben. 

Er zijn echter ook grote verschillen. Het eerste verschil is  de functie van de toets, deze hebben we al uitgelegd. Een tweede belangrijk verschil is de normering. IEP stelt zelf de normering van de toetsen in het IEP LVS vast op basis van standaardsetting met leerkrachten en jarenlang verzamelde data. Hierdoor zijn de resultaten in het IEP LVS al jaren stabiel. Ze sluiten goed aan bij wat leerkrachten in de praktijk zien. De normering van de doorstroomtoets ligt niet bij IEP: dat is een wettelijke taak van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) (zie: Normering doorstroomtoets CvTE). Het CvTE hanteert één landelijke normering voor alle doorstroomtoetsen, zodat de resultaten vergelijkbaar zijn. Omdat het CvTE de normering uitvoert en ieder jaar ná de doorstroomtoets controleert of de normering aangepast moet worden, is het niet mogelijk om in het IEP LVS een goede voorspelling te doen richting de doorstroomtoets. We willen scholen met het IEP LVS zo goed mogelijk ondersteunen in het volgen van de leerlingontwikkeling tot eind leerjaar 8. Dat gaat het beste met een leerlingvolgsysteem; niet met de doorstroomtoets. Daarom scheiden we de toetsen. 

Welke aanpassingen komen er in het IEP LVS? 

Vanaf dit schooljaar zal de scheiding tussen de twee verschillende toetsen duidelijker worden gemaakt. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? We passen het eindpunt van de ontwikkellijn aan en we halen de DST-resultaten uit de LVS-overzichten. 

Vanaf dit schooljaar eindigen de ontwikkellijnen in het IEP LVS op 60 of 80 in juni. Dit betekent dat de ontwikkellijnen aangeven in hoeverre de leerling op koers is om het fundamentele of streefniveau te halen aan het eind van leerjaar 8. De ontwikkellijnen geven geen voorspelling meer richting de doorstroomtoets, maar geven nu richting voor de onderwijsdoelen die we hebben vastgesteld voor het einde van het basisonderwijs. 
De door jullie gestelde ambities in het LVS gaan nu uitsluitend over de LVS-resultaten. De ambities voor de IEP Doorstroomtoets kun je nog steeds invoeren en zie je terug via de tab Doorstroomtoets in de schooloverzichten. 

Om de DST-resultaten duidelijk apart te zetten van de LVS-resultaten en verwarring te voorkomen, hebben we nog een aanpassing gedaan in het LVS. Je ziet de resultaten van de IEP DST niet langer in de tweede periode van leerjaar 8. Dit geldt voor alle overzichten: de voortgangsgrafiek, de resultatenpagina, de Talentenkaart en de schooloverzichten (dwarsdoorsnede en trendanalyse). 
De DST-resultaten blijven wel zichtbaar in het IEP LVS via Schooloverzicht > Doorstroomtoets, zoals je gewend bent. Zo ontstaat een duidelijk onderscheid tussen het volgen van de leerling met de LVS-resultaten en de inzet van de IEP DST als second opinion bij het schooladvies, maar heb je wel nog steeds alle resultaten bij elkaar in één systeem.

Meer zicht op de ontwikkeling van leerlingen 

In leerjaar 8 gebeurt nog veel: de doorstroomtoets is niet het eindpunt. Ook na het schooladvies en de IEP Doorstroomtoets krijgen leerlingen onderwijs en blijven leerlingen zich ontwikkelen. Doordat de ontwikkellijn in het IEP LVS voortaan eindigt op 60/80 aan het einde van het schooljaar, krijg je een completer beeld van de ontwikkeling van leerlingen in hun laatste basisschooljaar. Je ziet niet alleen waar leerlingen staan rond het moment van de IEP DST, maar ook welke groei zij daarna nog doormaken. Zo houd je beter zicht op de uitstroom van leerlingen en de referentieniveaus die zij uiteindelijk behalen. 

Door de toetsen duidelijker te scheiden, zie je beter welke informatie je uit welke toets haalt. Ook sluiten we zo aan bij de landelijke ontwikkeling om  het volgen van leerlingen en de expliciete selectiefunctie van de doorstroomtoets steeds nadrukkelijker van elkaar te onderscheiden. 

Tip van IEP! – Toets in juni

Wil je zicht houden op de ontwikkeling van leerlingen richting het einde van leerjaar 8? Dan adviseren we om in mei/juni nog een LVS-toets af te nemen.