Amber: ‘Met IEP krijgen we een nog bredere kijk op het kind’
Bij het observeren van kleuters in leerjaar 1 en 2 kun je als school verschillende keuzes maken, bijvoorbeeld in welke doelen je observeert en hoe vaak je dat doet. Op die manier sluit het observatie-instrument het beste aan op jullie school. Maar hoe maak je deze keuzes? Lees gauw verder voor tips van Jisca Ebelties, onderwijskundig adviseur bij IEP. Amber Dinslage vertelt voor welke aanpak Kindcentrum Meander heeft gekozen.
Nieuwe functies in IEP
De jongste leerlingen toetsen we niet, maar je kunt als leerkracht wel heel gericht observeren hoe een leerling zich ontwikkelt: met de IEP observatie-instrumenten voor leerjaar 1 en 2. Afgelopen schooljaar vernieuwden we deze instrumenten om het systeem nog gebruiksvriendelijker te maken. Jisca: ‘Zo kun je de groei van een leerling beter zien. Hoe meer kinderen zelfstandig kunnen, hoe donkerder groen de blokjes kleuren. Dat komt omdat ook de blokjes ‘toont geen interesse’ en ‘is aan het ontdekken’ nu lichtgroen van kleur zijn- voorheen waren deze grijs. Ook kun je op de observatiepagina zien welke doelen nog lopend zijn en welke je hebt afgerond. Met behulp van de nieuwe matrix zie je in één oogopslag de doelen per leerling.’ Wil je weten welke leerlingen uit je groep aan het ontdekken zijn? Dan kun je in de resultaten verder naar leerdoelen voor een diepere analyse. Hiermee komen we tegemoet aan de wensen die we van scholen terugkrijgen bij het werken met de IEP observatie-instrumenten.
Werken met de IEP observatie-instrumenten
Voor Kindcentrum Meander is dit het tweede schooljaar met de IEP observatie-instrumenten. Het team bekeek eerst diverse instrumenten om te zien welke het beste paste. Een ouder die bij IEP werkte vertelde enthousiast over de visie. Amber: ‘IEP had onze voorkeur omdat dit schoolbreed kon worden ingezet. Ook vonden we het fijn dat de doelen mooi in een overzicht stonden, onderverdeeld in categorieën zoals rekenen, taal, motoriek en leren leren. Zo’n overzicht hadden we nog niet.’
Brede kijk op het kind
Het observatie-instrument brengt de leerkrachten van Kindcentrum Meander vooral een bredere kijk op het kind, vertelt Amber. ‘Ik denk dat we als leerkrachten al een heel goed beeld hebben van de leerling; we zien veel tijdens spel en in de kring. En voorheen observeerden we natuurlijk ook al aan de hand van de SLO-doelen. Maar richting het rapport merken we soms dat we nog niet alle doelen goed gezien hebben. Nu observeren we heel bewust per periode en krijgen we een nog bredere kijk op wat het kind doet.’
Het overzicht in IEP biedt vervolgens een fijn handvat om te bepalen welke vervolgstappen ze kunnen nemen bij leerlingen. Amber: ‘In het overzicht zie je welke kinderen opvallen, bijvoorbeeld bij de auditieve analyse en synthese in groep twee. Zo kunnen we in kleine groepjes verder oefenen met de leerlingen die dat nodig hebben. Dat vind ik heel mooi aan IEP.’
Welke doelen observeer je?
De overstap was wel even zoeken, vertelt Amber. ‘Onze intern begeleider heeft aan IEP vragen gesteld over het programma en daar kregen we dan feedback op. Dat werkte fijn, IEP stond altijd snel voor ons klaar. Andersom gaven wij feedback om het programma te verbeteren.’
Het team had vooral moeite om een weg te vinden in de grote hoeveelheid doelen die kunnen worden geobserveerd. Het hielp om de doelen, voorafgaand aan het schooljaar, te verdelen over vijf periodes – de periodes tussen de vakanties in. Amber: ‘Voor de rapporten observeren we een aantal cruciale doelen: doelen die passen bij waar we met ons rapport naar kijken en bij de einddoelen die we voor taal en rekenen hanteren. Dat zijn bijvoorbeeld doelen zoals “het kind kan tellen tot twintig” of “het kind kent 10 letters”. Deze rapportdoelen komen twee keer per jaar terug. De rest van de taal-, reken- en motorische doelen hebben we verdeeld over de vijf periodes. Zo hoeven we tijdens het schooljaar geen keuzes te maken in wat we observeren: we weten dat een doel in een bepaalde periode aan bod komt. Maar we denken er wel over om ons voortaan tot de cruciale doelen te beperken. Nu observeren we alle doelen, maar dat zijn er eigenlijk te veel.’
Elke school maakt daarin een eigen keuze, bevestigt Jisca. Het is niet nodig om alle doelen te observeren, als je de doelen kiest die aansluiten bij de visie en populatie van de school. Jisca: ‘Visie en populatie bepalen je aanbod. Vanuit daar kijk je welke doelen je belangrijk vindt om te volgen, zodat leerlingen een volgende stap in hun ontwikkeling kunnen maken.’ Wanneer je als school minder doelen wil gaan observeren, kun je beginnen met het kiezen van de cruciale doelen: wat hebben leerlingen nodig in hun rugzak om een goede start te maken in groep 3? Print het toelichtingenboekje met alle doelen, tipt Jisca, en arceer welke je wil volgen. ‘Vervolgens kijk je aan welke doelen in leerjaar 1 en 2 aandacht moet worden besteed om uiteindelijk die cruciale doelen te behalen. Maak de keuze die voor jullie school past, want dan is het observeren van de doelen het meest betekenisvol.’
Keuzes bij het observeren
Hoe ziet het observeren er in de praktijk uit op Kindcentrum Meander? Amber en haar collega’s bereiden per periode een thema voor. Dat is het moment waarop ze de doelen voor die periode erbij pakken en kijken welke doelen ze in moeten plannen: ‘Bij sommige doelen hoeft dat niet: bijvoorbeeld of een kind zijn jas aan kan doen of een beker open kan maken. Maar er zijn ook doelen die we koppelen aan activiteiten, zoals “het kind kan zestien vierkantjes vouwen”. Dan bedenken we een activiteit die binnen het thema past, waarbij we een leerling op dit doel kunnen observeren.’
Meestal werken ze in groepjes aan een activiteit; soms met alle 25 kinderen. Amber: ‘Dan zie je heel veel, maar niet alles, dus herhalen we die doelen in kleinere groepen. Soms is het fijn om een vaardigheid extra in te oefenen in een klein groepje. Dan zie je heel mooi waar een kind staat. Je kunt in IEP nu ook een uitdraai maken van de doelen die je wil observeren. Dat vinden wij heel prettig: zo kun je rustig rondlopen in de groep en een doel aanvinken wanneer je ziet dat een leerling dat zelfstandig kan.’
Sommige scholen kiezen ervoor om doelen te stapelen, vertelt Jisca. ‘Dan begin je in periode één met bijvoorbeeld vijf doelen, en in de tweede periode neem je diezelfde vijf doelen, maar zet je daar vijf nieuwe doelen bovenop. Je kijkt vooral naar de nieuwe doelen, maar bij de eerdere doelen kun je dan heel makkelijk controleren of leerlingen die eerst aan het ontdekken waren het doel nu met hulp kunnen, bijvoorbeeld.’
Groei in beeld
Een voordeel van stapelen is dat ouders op de Talentenkaart al vanaf het eerste rapport zien waarin hun kind zich heeft ontwikkeld. Jisca: ‘Bij stapelen begin je met een aantal basisdoelen; de doelen worden steeds wat moeilijker. De kans is daardoor groot dat een leerling sommige van de eerste doelen al zelfstandig kan. Dat geeft een positief beeld.’
Een andere manier is om alle cruciale doelen op meerdere momenten te meten, zoals Kindcentrum Meander doet. In de loop van de tijd kleurt het beeld dan steeds groener, naarmate een kind meer zelfstandig kan. Dat vraagt aan het begin om wat meer uitleg aan ouders, wanneer de kinderen nog in de fase van ontdekken zitten. Amber: ‘Daar liepen wij vorig jaar tegenaan: ouders zien de groei nog niet goed, omdat er in het begin weinig balkjes groen kleuren. Komend jaar komt bij kinderen in groep 2 die groei duidelijker in beeld, want dan kunnen ze steeds meer zelfstandig.’ IEP kiest er bewust voor om niet alle geobserveerde doelen weer te geven op de Talentenkaart, vertelt Jisca. ‘We willen voorkomen dat ouders thuis gaan trainen op bijvoorbeeld het tellen tot twintig en het verhaal van de leerkracht is belangrijk. Met IEP krijg je een breed beeld van de ontwikkeling van een kind, en leerkrachten sturen die ontwikkeling bij met hun aanbod. Mijn advies aan leerkrachten is daarom om ouders duidelijk te maken dat de IEP een hulpmiddel is voor jou als leerkracht: om kinderen te volgen en vooruit te helpen, niet om ze te beoordelen.’
Kindcentrum Meander legt de nadruk op die ontwikkeling door bij elke Talentenkaart een foto toe te voegen van het kind met een werkje en de tekeningen die het van zichzelf heeft gemaakt. Amber: ‘Zo zie je heel mooi de motorische ontwikkeling van het kind. Kinderen moeten vaak lachen als ze hun eerste tekening terugzien: “Heb ik dit gemaakt?” Komend schooljaar werkt Kindcentrum Meander voor het tweede jaar met IEP. Een mooi moment om het programma nog beter af te stemmen op hun wensen! Misschien met een snoeibeurt in het aantal doelen om te observeren of een andere inzet van de Talentenkaart. Daarvoor vragen ze zeker weer advies: ‘IEP is heel betrokken en je kunt altijd aan de bel trekken om een afspraak te maken. Zo blijven de lijnen kort.’
Meer leren over het observatie-instrument
Ken je het stappenplan leerjaar 1 en 2 (fase 1) al, dat je kan helpen bij het stellen van doelen om te observeren? Het stappenplan begeleid je in het maken van schoolspecifieke keuzes, zodat je betekenisvol observeert. In de IEP Learning vind je ook een video waarin we je op weg helpen met het stellen van doelen.
Meer informatie over IEP?
Wil je meer weten over het IEP LVS? Onze IEP-adviseurs vertellen je er graag over óf ervaar het zelf via een proeflicentie.