Contact

Toelichting bij het globale beoordelingsmodel

De beoordelingssystematiek in drie stappen

Bij de instellingsexamens in TOA Toetsplatform maak je gebruik van het globale beoordelingsmodel van Bureau ICE. Een kort model dat makkelijk is in te vullen en weinig tijd vraagt van de assessor. Als assessor dien je wel het referentiekader taal en Taalprofielen 2015 goed te kennen. Ook vraagt het van de assessor om correct om te gaan met de ruimte die het beoordelingsmodel biedt. De beoordelingssystematiek is opgedeeld in drie stappen.

  • Stap 1 Je geeft aan of de kandidaat aan de precondities heeft voldaan. Daarmee stel je vast of de kandidaat aan de minimale voorwaarden heeft voldaan om een betrouwbaar oordeel te kunnen geven over de getoetste taalvaardigheid. Het zegt nog niks over de kwaliteit van de geleverde taalproductie. Als dit niet het geval is, heeft het geen zin om de beoordeling uit te voeren. De kandidaat krijgt het cijfer 1, omdat we nu eenmaal wettelijk verplicht zijn om een cijfer te geven.
  • Stap 2 Je geeft aan of de kandidaat aan de minimale eisen van het getoetste niveau voldoet. Dat is ook precies waar het referentiekader voor bedoeld is, het vaststellen van het taalniveau. Hierbij doe je in één keer een uitspraak over de kwaliteit van de taalproductie over alle deelaspecten. Je bepaalt bij deze stap dus of een kandidaat de beheersing van het getoetste niveau wel ‘ja’ en niet ‘nee’ heeft aangetoond. Daarmee bepaal je direct of de kandidaat een voldoende (6 of hoger) krijgt of een onvoldoende (5,4 of lager).
  • Stap 3 Bij deze laatste stap wordt het cijfer bepaald. Niet omdat we dat willen, maar omdat dat moet in het mbo. Je geeft per deelaspect aan of de uitwerking van de kandidaat beter (excellent) is dan verwacht mag worden op het getoetste niveau, precies gelijk is aan die verwachting (voldoende) of slechter is (onvoldoende). Iedere excellent maakt het cijfer hoger en iedere onvoldoende maakt het cijfer lager. Hierbij geldt wel dat je bij stap 2 al de keuze hebt gemaakt tussen geslaagd en niet geslaagd.

Kijk vooral naar wat wél kan

Anders kijken, meer zien’, dat is precies wat we doen met de TOA-beoordelingsmodellen taal: Spreken, Schrijven en Gesprekken voeren. Daarin rekenen we niet af, maar kijken we vooral naar wat studenten wél kunnen. We geven daar graag wat tips voor.