Drie jaar na invoering van de nieuwe mbo-rekeneisen: wat is er veranderd?

Drie jaar na invoering van de nieuwe mbo-rekeneisen: wat is er veranderd?
Drie jaar na invoering van de nieuwe mbo-rekeneisen: wat is er veranderd?

In studiejaar 2022/2023 gingen de nieuwe rekeneisen in. Inmiddels is het 2026. Tijd om terug te blikken en vooruit te kijken: hoe zat het ook alweer met de rekeneisen? Hoe ervaren rekendocenten de nieuwe manier van werken en toetsen? En hoe ondersteunt TOA docenten en studenten daarbij?

Nieuwe rekeneisen mbo, hoe zat het ook alweer?

De belangrijkste wijzigingen op een rijtje

  • Rekenexamen telt mee voor het diploma
  • Instellingsexamens in plaats van centraal examen
  • Van technisch rekenen naar functioneel rekenen
  • Indeling in vijf functionele domeinen
  • Betere aansluiting van opgaven op de leefwereld van de student

Voor de liefhebbers: dit overzichtsartikel op Onderwijskennis.nl gaat zeer uitgebreid in op de overwegingen die destijds ten grondslag lagen aan de invoering van de nieuwe rekeneisen. Drie jaar na invoering zijn we echter vooral benieuwd hoe docenten de nieuwe manier van werken in de praktijk ervaren. We vragen het aan rekendocenten Danny van Boxtel en Waldo van Hemert.

Mbo-rekendocenten over de nieuwe rekeneisen

Prettig voor doeners: op één domein tegelijk concentreren

Danny, verbonden aan de opleiding Lifestyle, Sport en Bewegen van ROC Mondriaan, noemt de onderverdeling in functionele domeinen een grote verbetering.

“We hebben bij Sport en Bewegen veel doeners, dan is het fijn om je op één domein tegelijk te kunnen concentreren. We beginnen heel bewust met het domein verhoudingen. Als studenten de verhoudingstabel eenmaal begrijpen, zo hebben we gemerkt, lukt het beter om procenten en grootheden en eenheden uit te leggen. Zeker voor de wat mindere rekenaars is dat een uitkomst. Je leert ze één gerichte oplossingsstrategie die op meerdere domeinen toe te passen is.”

ISK-leerlingen: vrijstelling voor rekenen, meer tijd voor taal

Waldo geeft rekenles aan de Internationale Schakelklas van het Summa College. In die hoedanigheid bereidt hij jonge nieuwkomers in Nederland voor op doorstroom naar (voornamelijk) het mbo. Ook hij is positief.

“ISK-leerlingen hebben een achterstand in taal. Maar het rekenniveau in veel landen ligt juist hoger dan bij ons. We zien dat een deel van onze leerlingen heel snel vaardig genoeg is om te voldoen aan de mbo-eisen. Dus bij de groep die daar klaar voor is, nemen wij het examen alvast af. Als ze dat halen, krijgen ze een vrijstelling voor rekenen tijdens hun mbo-opleiding. Dat is een groot voordeel voor onze leerlingen, omdat ze daardoor meer tijd kunnen besteden aan het op peil krijgen van hun Nederlands.”

De introductie van het instellingsexamen heeft daarbij enorm geholpen, vindt hij. “De oude 2F- en 3F-examens waren heel erg op tijd gericht. Daar lezen onze leerlingen eigenlijk te langzaam voor. Voor het instellingsexamen krijgen ze meer tijd; daar komen ze veel beter uit.”

Verplicht rekenexamen: ”Had wel eerder gemogen”

En dat het rekenexamen nu verplicht is, wat vinden ze daarvan? Danny is duidelijk: “Dat had van mij wel een paar jaar eerder gemogen. Studenten weten dat het meetelt; rekenen hoort er nu gewoon bij en je moet een voldoende halen. Dat is een stok achter de deur.”

“Uiteindelijk kennen we de toekomst niet, terwijl we jongeren daar wel op willen voorbereiden. Daarom vind ik dat we iedereen een basis moeten geven en die basis ook moeten verplichten.”

Ook Waldo is een uitgesproken voorstander: “Mbo-scholen leiden studenten op voor de meest uiteenlopende beroepen. Van elektrotechnicus tot artiest. Maar artiest, dat is zo breed. Daarvan weet je toch niet wat zo iemand gaat doen? Uiteindelijk kennen we de toekomst niet, terwijl we jongeren daar wel op willen voorbereiden. Daarom vind ik dat we iedereen een basis moeten geven en die basis ook moeten verplichten. Dat is heel belangrijk voor de extrinsieke motivatie.”

Hoe gebruiken Danny en Waldo TOA Rekenen?

Danny en Waldo maken allebei gebruik van TOA Rekenen. Wat vinden ze van de manier waarop dit platform hen ondersteunt bij het rekenonderwijs en de begeleiding van studenten?

Evaluatieroute: in één keer klaar of deelexamens per domein

Danny is te spreken over de evaluatieroute met domeinexamens. “Na zes weken nemen we het examen al een keer generiek af. Als docenten zien we dat als nulmeting, maar voor studenten is er echt iets te verdienen. Wie een voldoende haalt, krijgt namelijk een vrijstelling voor rekenen. Wij roosteren de rekenlessen altijd in op het eerste of laatste uur, dus dat is wel een drijfveer om net dat extra stapje te zetten. Dat je een uur later mag beginnen of een uur eerder klaar bent.”

“Doordat ze het examen al een keer hebben gedaan, weten we op welke gebieden studenten extra aandacht nodig hebben.”

Met de studenten die het generieke examen niet halen, gaat hij vervolgens aan de hand van de domeinen aan de slag. “Doordat ze het examen al een keer hebben gedaan, weten we op welke gebieden studenten extra aandacht nodig hebben. En omdat studenten die het examen hebben gehaald een vrijstelling krijgen voor de lessen, kunnen we in kleinere groepjes werken. In zes tot acht weken behandelen we steeds één domein. Elke periode sluiten we af met een domeinexamen.”

Waldo zet de rekentoetsen voor zijn ISK-leerlingen hooguit twee keer per jaar in. “Ik wil het belangrijk maken. Als ik vijf keer per jaar ga toetsen, dan vinden ze die vierde echt niet meer zo leuk en belangrijk, dus ik maak er echt iets van. Als ze binnenkomen staan de tafels al uit elkaar, de computers staan klaar. En ik neem het examen ook niet om negen uur ’s ochtends of om drie uur ’s middags af, maar op een moment dat leerlingen op hun best zijn.”

Zelf de toetsmomenten kiezen

Beide rekendocenten zijn verder blij met de flexibiliteit om toetsen en examens op zelf gekozen momenten in te plannen.

Danny: “Mijn collega-rekendocent zit nu vijf weken in het buitenland, omdat die ook verantwoordelijk is voor de ski-opleiding. Die kan dan op andere momenten een deelexamen afnemen dan ik met mijn klassen.”

Waldo: “Ik vind het fijn dat ik kan toetsen wanneer een leerling eraan toe is.” En ook: “Een leerling die wat kapsones heeft, kan ik laten zien dat hij toch nog niet zo ver is als hij dacht. Om hem extra te motiveren en teleurstellingen te voorkomen. Terwijl ik een onzekere leerling een 1F-toets kan laten maken om te laten zien dat die juist goed bezig is op weg naar 2F.”