Nieuw toetsbeleid bij Het Nieuwe Lyceum

‘ALS LEERLINGEN MINDER TOETSEN MAKEN, IS HET DES TE BELANGRIJKER DAT DIE TOETSEN VAN HOGE KWALITEIT ZIJN’

JIJ! toetsing in het VO Toets! specialIn schooljaar 2020/2021 begon Het Nieuwe Lyceum in Bilthoven aan een traject dat in 2024 moet leiden tot de invoering van een compleet nieuw toetsbeleid, gebaseerd op formatief evalueren. Hoe pakken ze dat aan? Wat doen ze om iedereen mee te krijgen? En waarom moest het toetsbeleid überhaupt op de schop? We vragen het rector Philip Wind en plaatsvervangend rector Agaath Mauritz, die samen de directie van Het Nieuwe Lyceum vormen.

Wat was de aanleiding om aan de slag te gaan met het toetsbeleid?

Philip: “We constateerden dat leerlingen van de ene toets naar de andere holden, maar zich nauwelijks druk maakten over datgene wat ze dan leerden. Toen besloten we dat het roer om moest. Minder toetsen en meer gesprekken tussen leerlingen en docenten over voortgang en ontwikkeling. Formatief evalueren in plaats van continu achter toetsen aanrennen.”

Agaath: “In eerste instantie hebben we geprobeerd om docenten ruimte te geven om ervaring op te doen met formatief evalueren en didactisch coachen. Leerlingen meer verantwoordelijkheid laten nemen voor hun eigen leerproces. Minder cijfers geven. Daar zijn we in een aantal secties mee aan het stoeien gegaan. Maar als organisatie liepen we er tegenaan dat je zoiets niet met een beperkt aantal secties kunt doen. Je moet het met z’n allen doen.”

Waarom werkte de oorspronkelijke pilotvorm niet optimaal?

Agaath: “Ouders vroegen bijvoorbeeld waarom kinderen voor een bepaald vak geen cijfers kregen en voor andere vakken wel. Het is voor docenten niet te doen als ze dat steeds individueel moeten uitleggen. Daarvoor moet je als school eenduidig beleid hebben. Om dat te ontwikkelen, laten we ons ondersteunen door Bureau ICE; zij helpen ons om stapsgewijs alle tools in handen te krijgen, zodat we het in één keer goed kunnen doen.

Hoe verloopt zo’n schoolbreed ontwikkelings- en implementatietraject? Hoe pak je dat aan?

Philip: “In het voorjaar van 2021 is een groep docenten gestart met het formuleren van het nieuwe toetsbeleid. De eerste versie daarvan hebben ze in het najaar van 2021 opgeleverd en voorgelegd aan alle personeelsleden. Met de feedback daarop zijn ze aanpassingen gaan plegen.”

Agaath: “Begin 2022 zijn we gestart met het scholen van het personeel in het kader van formatief evalueren. We hebben er bewust voor gekozen om iedereen daarin te scholen met een basistraining. Dat heeft behoorlijk wat impact, met acht docenten per werkgroep en vijf bijeenkomsten per groep.”

Philip: “Tegelijkertijd heeft een groep docenten een implementatieplan ontwikkeld. Daarin staat welke stappen we nog moeten zetten om in 2024 de omslag te kunnen maken naar formatief evalueren. Dat implementatieplan gaan we vanaf dit schooljaar uitrollen.”

Agaath: “Begin dit schooljaar starten in dat kader ook de trainingen Toetsexpert. Tijdens die training leren docenten hoe ze toetsen inrichten aan de hand van taxonomie en toetsmatrijzen, zodat deze valide worden. In elke sectie gaan minimaal twee docenten die training volgen. Dat zijn ook weer vier of vijf bijeenkomsten, voor in totaal veertig medewerkers.”

Waarom laten jullie zoveel medewerkers een training Toetsexpert volgen?

Agaath: “Om er zeker van te zijn dat de kwaliteit van toetsing in alle secties op een hoog niveau komt. Als leerlingen veel minder toetsen maken, is het des te belangrijker dat die van hoge kwaliteit zijn. Straks hebben we nog maar een beperkt aantal summatieve toetsen. Maar daarop bevorderen we kinderen wel, dus die moeten absoluut valide en betrouwbaar zijn.”

Al die scholing en training kost ook tijd en inzet van mensen. Hoe speel je die tijd vrij, hoe organiseer je dat?

Philip: “In 2019 hebben we in het VO ontwikkeltijd voor docenten gekregen. Op onze school hebben we ervoor gekozen om docenten in de vier jaarlijkse toetsweken zo min mogelijk te laten surveilleren. De toetsweken zijn bij ons nu scholingsweken voor docenten.”

Agaath: “Voor elke docent zijn dit ‘maar’ vijf bijeenkomsten. Dat is te overzien en het kan vanuit het ontwikkelingsbudget. De uitdaging zit hem vooral in de organisatie, om al die veertig bijeenkomsten te plannen. Dan is het een kwestie van prioriteiten stellen. Dit schooljaar is de implementatie van ons toetsbeleid de kern, dus daar zetten we onze ontwikkeltijd nu op in.”

 

“We proberen het proces heel zorgvuldig te doorlopen. Met in het achterhoofd dat iedereen wél mee moet in het traject. Dat is geen keus.”

Agaath Mauritz, plaatsvervangend rector Het Nieuwe Lyceum

 

Hoe neem je mensen mee in zo’n heel traject? Hoe creëer je draagvlak bij alle betrokkenen?

Agaath: “Op de eerste plaats door de docenten zélf het toetsbeleid te laten vormgeven. De commissie bestond alleen uit docenten, er zat niemand van de schoolleiding in. De commissie heeft ook zelf de resultaten gepresenteerd. En vervolgens hebben ze de reacties van hun collega’s weer meegenomen in een aangepaste versie. Zo proberen we het proces heel zorgvuldig te doorlopen. Met in het achterhoofd dat iedereen wél mee moet in het traject. Dat is geen keus.”

En als er toch weerstand is?

Agaath: “Dan kunnen teamleiders daar aandacht aan besteden, bijvoorbeeld in functioneringsgesprekken. Of door extra mogelijkheden voor scholing aan te bieden, als iemand nog niet voldoende handen en voeten aan formatief evalueren heeft kunnen geven.”

Philip: “De kracht van het proces zit ook in de aanlooptijd die we hebben genomen. Door iedereen te blijven betrekken, raakt een steeds grotere groep docenten enthousiast. Want nogmaals, wij hebben als schoolleiding geen sturing aan het proces gegeven. We hebben maar één opdracht meegegeven: het aantal summatieve toetsen moet omlaag. De docenten zijn creatief aan de slag gegaan om dat in te vullen.”

Kun je daar een voorbeeld van geven?
Philip: “In de eerste twee toetsweken van het jaar hebben onderbouwklassen geen toetsen meer, maar projecten. Dat is een duidelijke keuze om het anders te doen.”

Agaath: “We zijn ook bezig met didactisch coachen. Dat ondersteunt het proces van formatief evalueren. Als docenten feedback geven aan leerlingen en beter in beeld krijgen waar leerlingen staan, maak je al veel summatieve toetsing overbodig.”

Zijn er nog dingen waar je in zo’n traject tegenaan loopt?

Agaath: “Toen wij begonnen, waren sommige docenten al een stuk verder in didactisch coachen en formatief evalueren dan andere docenten. Mede omdat we die pilot al hadden gehad. Daardoor kan er wat wrevel ontstaan. Dat docenten denken: dit ken ik al, dat is zonde van mijn tijd.”

Philip: “Achteraf hadden we daar misschien wat meer maatwerk in kunnen aanbrengen. Desondanks hebben we ervoor gekozen om iedereen dezelfde training aan te bieden. Om het hele personeel op een bepaald niveau te scholen. Anders loop je het risico dat sommige secties toch summatief blijven toetsen en leerlingen niet meer weten waar ze aan toe zijn. Wij vonden: óf we gaan met de hele ploeg over óf we moeten er helemaal niet aan beginnen.”

Agaath: “Een ander belangrijk aandachtspunt, nu we gaan implementeren, is dat we een andere manier moeten bedenken om met ouders over de voortgang van kinderen te communiceren. Nu kunnen ze dat in Magister volgen, maar straks krijgen ze misschien negen weken lang geen cijfers. Terwijl ze natuurlijk wel willen weten hoe het ervoor staat. We overwegen om leerlingen zelf een belangrijke rol te geven. Bijvoorbeeld door een portfolio bij te houden, waar ook de feedback van de docent in staat. Maar dat gaan we dit schooljaar onderzoeken.”

 

“We hebben maar één opdracht meegegeven: het aantal summatieve toetsen moet omlaag. De docenten zijn creatief aan de slag gegaan om dat in te vullen.”

Philip Wind, rector Het Nieuwe Lyceum

 

Dit magazine heeft toetskwaliteit als thema. Hoe gaan jullie op Het Nieuwe Lyceum om met toetskwaliteit?

Philip: “Aan de voorkant houden wij het vierogenprincipe aan. Voor je een toets mag afnemen, moet die door minimaal twee docenten uit een sectie zijn besproken. En liefst is ook de norm al geschreven. Daarnaast meten we alles aan de achterkant. Alle resultaten worden centraal geregistreerd, gebenchmarkt en getoetst aan ons kwaliteitsbeleid. Is er een afwijking ten opzichte van het verwachte percentage onvoldoendes, dan gaan we daarover in gesprek.”

Agaath: “Dan kijken we samen met de betrokkenen wat er goed en fout is gegaan en wat we daarvan kunnen leren. Sloot de toets bijvoorbeeld niet helemaal aan op datgene waar je met je leerlingen naartoe werkte? Op die manier voeren we voortdurend de dialoog. Daarmee sturen we op kwaliteit én op de eigen verantwoordelijkheid die onze secties hebben als het gaat om toetskwaliteit. In het kader van die eigen verantwoordelijkheid past ook de training Toetsexpert.”

Nog een laatste gedachte of overweging waarmee andere scholen wellicht hun voordeel mee kunnen doen?

Agaath: “Dat toetsbeleid – bij ons in elk geval – een onderdeel is van een totale kwaliteitsslag. Ons schoolplan is een consistent verhaal, waarin dingen in elkaar passen. Toetsbeleid, didactisch coachen, formatief evalueren, zicht op ontwikkeling. Ze passen in elkaar en versterken elkaar. Je kunt niet alleen met toetsbeleid bezig zijn, het moet een onderdeel zijn van je totaalvisie.”

Test je toetsbeleid

Werk je in het Voortgezet (speciaal) Onderwijs? Op deze pagina kun je de Test je Toetsbeleid-check doen.

Test je Toetsbeleid

Toets! special

Heb jij de Toets! special: Oog voor toetskwaliteit nog niet in je (digitale) mailbox zitten? Vraag dan nu deze speciale editie gratis aan en ontvang direct de digitale variant.

Toets! special: Oog voor toetskwaliteit, Voortgezet onderwijs, JIJ!
Plaats een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *