De zak-/slaaggrens bij mbo-rekenexamens: waarom TOA kiest voor cesuurbepaling vooraf
Sinds de introductie van de nieuwe rekeneisen in het mbo, is het rekenexamen een verplicht onderdeel van de opleiding. Maar wat is de beste manier om te bepalen of een student is geslaagd? Een vooraf vastgestelde grens, gebaseerd op de rekeneisen? Of een norm achteraf, die meebeweegt met de gemiddelde examenresultaten? Met TOA rekenexamens kies je voor een vóóraf vastgestelde cesuur.
In dit artikel:
- Wat is het verschil tussen cesuurbepaling vooraf en achteraf?
- Waarom kiezen wij voor cesuurbepaling vooraf?
- Hoe komt de cesuur van onze rekenexamens tot stand?
Wat is het verschil tussen cesuurbepaling vooraf en achteraf?
De cesuur is de zak-/slaaggrens voor een toets of een examen. Je kunt ervoor kiezen om deze vooraf te bepalen (absolute cesuur) of achteraf (relatieve cesuur).
Cesuurbepaling vooraf (absolute cesuur)
Bij cesuurbepaling vooraf ligt de zak-/slaaggrens al vast vóórdat studenten het examen maken. Een voorbeeld: voor een bepaalde toetsversie op een bepaald mbo-niveau moet je 41 van het totale aantal punten behalen voor een 5,5. Die grens verandert niet meer, ongeacht de gemiddelde examenresultaten.
Cesuurbepaling achteraf (relatieve cesuur)
Bij cesuurbepaling achteraf wordt na afname van het rekenexamen eerst gekeken naar de gemiddelde resultaten van alle studenten die dat examen in die periode hebben gemaakt. Zijn de uitslagen beter of slechter dan verwacht? Dan wordt de cesuur daarop aangepast. Een uitslag die in het ene jaar genoeg is voor een voldoende, zou daarmee in een ander jaar tot zakken kunnen leiden. En andersom.
De belangrijkste wijzigingen op een rijtje
- Rekenexamen telt mee voor het diploma
- Instellingsexamens in plaats van centraal examen
- Van technisch rekenen naar functioneel rekenen
- Indeling in vijf functionele domeinen
- Betere aansluiting van opgaven op de leefwereld van de student
Voor de liefhebbers: dit overzichtsartikel op Onderwijskennis.nl gaat zeer uitgebreid in op de overwegingen die destijds ten grondslag lagen aan de invoering van de nieuwe rekeneisen. Drie jaar na invoering zijn we echter vooral benieuwd hoe docenten de nieuwe manier van werken in de praktijk ervaren. We vragen het aan rekendocenten Danny van Boxtel en Waldo van Hemert.
Waarom kiezen wij bij onze mbo-rekenexamens voor cesuurbepaling vooraf?
Alle TOA-rekenexamens hebben een vooraf bepaalde cesuur. Dat is een bewuste en principiële keuze. We willen namelijk bijdragen aan het structureel verbeteren van de rekenvaardigheid van studenten. Die rekenvaardigheid meten we door de antwoorden van de studenten te relateren aan de rekeneisen. En niet door ze te vergelijken met de prestaties van andere studenten.
Productmanager mbo Marlous Hodes: ‘keuze voor kwaliteit’
De invoering van de nieuwe rekeneisen was destijds aanleiding om mbo-rekenexamens in TOA te ontwikkelen. In een interview rond de introductie vertelden productmanager Marlous Hodes en toetsspecialist Maaike Heinen welke overwegingen een rol speelden bij de keuzes die we hebben gemaakt.
Daarbij zei Marlous het volgende over de cesuurbepaling: “Wij vinden het belangrijk om de cesuur vooraf vast te stellen, op basis van de inhoudelijke rekeneisen. Dat is een keuze voor kwaliteit. Als je achteraf de norm bepaalt op basis van de afnames van de studenten, kun je niet met zekerheid zeggen of studenten de rekeneisen hebben gehaald.”
“Wij nemen de rekeneisen als meetlat voor het bepalen van de cesuur. Alleen op die manier kunnen we ervoor zorgen dat de rekenvaardigheid omhoog gaat.”
Marlous Hodes, productmanager mbo
En: “Hoe de ene student gescoord heeft ten opzichte van de andere student, zegt niets over het behalen van de inhoudelijke doelen. Daarom nemen wij de inhoudelijke rekeneisen als meetlat voor het bepalen van de cesuur. Alleen op die manier krijg je inzicht in het beheersen van de rekeneisen en kun je ervoor zorgen dat de rekenvaardigheid omhoog gaat.”
Hoe komt de cesuur van onze rekenexamens tot stand?
Om de cesuur van de TOA-rekenexamens voor het mbo te bepalen, werken onze toetsspecialisten nauw samen met rekenexperts en rekendocenten uit het veld.
Rekenexpert Dinette Vredeveld is één van hen. In dit artikel over het rekenonderwijs in Nederland gaf ze uitleg over de manier waarop dat gebeurt. Eerst worden alle vragen beoordeeld en ingedeeld in drie categorieën: makkelijk, gemiddeld en moeilijk. Daar komt vervolgens een grensscore uit die gehaald moet worden om te voldoen aan minimale eisen.
“Ik ben natuurlijk niet de enige die de cesuur bepaalt”, benadrukte Dinette. “Nadat wij als inhoudexperts de vragen hebben gecategoriseerd en individueel de cesuur hebben bepaald, gaan we met elkaar in overleg. Komt het overeen? Soms heeft een collega een vraag als makkelijk ingeschaald, terwijl een ander deze het label moeilijk heeft gegeven. Dan gaan we in gesprek tot we een overeenstemming bereiken. Daarna kijken we samen naar de puntenaantallen. Zodra we het allemaal met elkaar eens zijn, nemen we een beslissing en bepalen we de cesuur.”
Psychometrische analyse
Om de kwaliteit van de opgaven te waarborgen, onderwerpen we alle examenvragen bovendien aan een psychometrische analyse. Met behulp van een zogeheten Toets- en Itemanalyse kunnen we per vraag vaststellen of een vraag relatief makkelijk of moeilijk is. Daarnaast kunnen we beoordelen in welke mate de vraag onderscheid maakt tussen vaardige en minder vaardige studenten.