Gastcolumn van Stijn Uittenbogaard: Achter elk cijfer zit een leerling
School is er om te leren. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk lijken we leren soms te verwarren met het vermijden van fouten. Terwijl fouten maken juist onlosmakelijk bij het leerproces hoort. Een onvoldoende halen, een keer te laat komen, zelfs een keer spijbelen: het zijn geen situaties die we willen stimuleren, maar ze maken wel onderdeel uit van opgroeien en leren.
Als school is het onze taak om dat leerproces te begeleiden. Niet door fouten aan te moedigen, maar door ruimte te bieden om ervan te leren. Door het gesprek te voeren over wat er gebeurde, waarom iets misging en wat een volgende stap kan zijn. Die ruimte is essentieel voor ontwikkeling, maar staat steeds vaker onder druk.
De druk hangt nauw samen met de manier waarop we prestaties vastleggen en zichtbaar maken. Via leerlingadministratiesystemen kunnen ouders tegenwoordig op elk moment zien welke resultaten hun kind heeft gehaald en of het te laat is geweest. Dat lijkt betrokken en transparant, maar het heeft ook een keerzijde. Leerlingen vertelden dat hun ouders soms al weten welk cijfer zij hebben gehaald, nog voordat zij daar zelf iets over hebben kunnen zeggen. Het gesprek thuis gaat dan niet meer over hoe de dag was, maar over wat er in het systeem staat.
Op mijn school heb ik onderzoek gedaan naar de invloed van ouderinzage in cijfers. Daaruit bleek dat het inzicht in cijfers voor ouders bij een deel van de leerlingen leidde tot een hogere ervaren prestatiedruk. Dat was voor ons de reden om Magister tijdelijk dicht te zetten voor ouders. Niet om ouders buitenspel te zetten, maar om leerlingen meer rust en meer eigenaarschap te geven over hun leerproces. Door cijfers af te schermen, kregen leerlingen de kans om zelf te vertellen welke resultaten zij hebben behaald en wat zij daarvan hadden geleerd. Voor een groot deel van de leerlingen veranderde er weinig, maar juist bij de leerlingen van wie ouders intensief meekeken, nam de ervaren prestatiedruk af. Op basis daarvan hebben we besloten om de cijfers voor ouders niet opnieuw open te zetten.
Deze ervaringen vragen ook iets van ons als docenten. Doordat wij alles invoeren en vastleggen, ontstaat het risico dat we leerlingen steeds meer door de bril van data bekijken. Een leerling verwoordde dat eens treffend: hij voelde zich “platgeslagen, uitgerekend en ingevoerd”. Zolang er geen onvoldoendes of te laat-meldingen zichtbaar waren, leek het vanzelfsprekend goed met hem te gaan. Maar het echte gesprek bleef uit.
Juist dat gesprek is essentieel. Hoe gaat het écht met een leerling? In een tijd waarin één op de drie jongeren mentale klachten ervaart, vind ik het belangrijk dat wij als docenten en mentoren blijven luisteren naar elke leerling. Kijk verder dan wat zichtbaar is in systemen en cijfers. Achter elk cijfer, elke registratie en elke melding zit een leerling. Een leerling groeit pas echt wanneer iemand zich gezien voelt, niet als data, maar als mens.
Toets! Special #6: “Is het voor een cijfer?” - vraag hem aan!
Stij Uittenbogaard werkt als docent economie en bedrijfseconomie op het Jordan Montessori Lyceum Utrecht. Hij kijkt vanuit het montessorionderwijs naar vragen over leren, eigenaarschap en leerlingwelzijn. De column van Stijn is ook te lezen in Toets! Special #6: “Is het voor een cijfer?”! Deze special duikt in de achterliggende motieven van deze vraag en de weg naar een gezonde toetscultuur. Vraag de zesde Toets! Special aan en ontvang hem gratis in je brievenbus of inbox.
Blijf op de hoogte!
Bericht ontvangen bij een nieuwe aflevering?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief of volg ons op LinkedIn.