Mbo-docent Merve Kiliç: ‘Ik sluit altijd aan bij de actualiteit en de leefwereld van studenten.’

Mbo-studenten staan aan het begin van hun loopbaan, maar ook van hun persoonlijke ontwikkeling. Docenten en onderwijsprofessionals spelen hierin een sleutelrol: zij zien waar kansen liggen en dagen studenten uit om het beste uit zichzelf te halen. In de rubriek Groeigesprekken spreekt TOA met mbo-docenten en coördinatoren over hoe zij bijdragen aan de groei van studenten. Hoe motiveren zij hen om net dat stapje extra te zetten? Hoe zorgen zij ervoor dat onderwijs aansluit bij ieders niveau en ambitie? Deel 6: Merve Kiliç.

Paspoort

Allereerst, je bent genomineerd voor leraar van het jaar 2026 in de categorie mbo-docent! Gefeliciteerd! 

‘Dankjewel! Ik hoor bij de top 10 van Nederland, dat is echt een enorme eer. In september wordt de top drie bekendgemaakt en in oktober is de finale en worden de uiteindelijke winnaars bekendgemaakt. Ik ben benieuwd en vind het ook spannend!’

Wat spreekt jou het meest aan in het werken in het mbo?

‘De dynamiek en de diversiteit. Tijdens mijn lerarenopleiding omgangskunde liep ik een dag mee op het voortgezet onderwijs. Toen wist ik eigenlijk meteen: dit is geen match. Ik ben zelf ook mbo-student geweest en ik voel me hier helemaal thuis. Het mbo is ontzettend veelzijdig. Ik geef les aan jongeren van 15 tot en met 18 jaar, maar ook aan volwassenen van 30, 40 of zelfs 50 jaar. Studenten kiezen heel bewust voor een beroep en combineren hun opleiding vaak met werk, een bijbaan en een actief privéleven. Juist die mix van leeftijden, achtergronden en ervaringen maakt mijn werk zo leuk. Geen dag is hetzelfde.’

Hoe zorg jij dat jouw studenten het beste uit zichzelf halen?

‘Motivatie begint met vertrouwen. Daarom investeer ik aan het begin van het schooljaar veel in het opbouwen van een veilige sfeer. Ik wil dat studenten zich op hun gemak voelen en zich durven uitspreken. Pas dan kun je echt de verdieping opzoeken. Ik vertel ook dat ik zelf mbo-student ben geweest. Die herkenning zorgt voor verbinding. Studenten merken dat ik begrijp waar ze vandaan komen en daardoor ontstaat er ruimte om samen te groeien. Laatst vroeg een groep studenten me of ik meeging naar de Efteling, tijdens hun afsluitende uitje. Ik zie hen maar één uur per week, dus dat ze mij daar graag bij wilden hebben, voelde als een enorm compliment. Op zo’n moment besef je dat je echt een band hebt opgebouwd.’

Jij geeft het vak burgerschap. Hoe richt jij jouw lessen in?

‘Ik sluit altijd aan bij de actualiteit en de leefwereld van studenten. Als het bijvoorbeeld over gemeenteraadsverkiezingen gaat, hoor ik vaak: “Moeten we nou alweer stemmen?” Maar zodra je uitlegt dat de gemeenteraad beslist over onderwerpen als wonen, openbaar vervoer of de inrichting van hun eigen stad, zie je dat het gaat leven. Dan wordt politiek ineens iets van henzelf. Dat geldt ook voor financiële onderwerpen, zoals achteraf betalen of het doen van belastingaangifte. Sommige studenten weten bijvoorbeeld niet dat ze belastinggeld kunnen terugvragen. Ik hielp laatst een student in de les die zo’n 1200 euro terugkreeg. Dat soort momenten maken direct duidelijk waarom deze kennis zo belangrijk is en dat burgerschap meer is dan alleen een schoolvak.’

Wat hoop je dat studenten uiteindelijk meenemen uit jouw lessen?

Voor mij gaat burgerschap over bewustwording en je plek innemen in de samenleving. Ik wil dat studenten weten wat hun rechten en plichten zijn, hoe een nulurencontract werkt, hoe ze verstandig omgaan met geld en dat ze hun stem durven laten horen. Veel studenten denken in het begin dat politiek of maatschappelijke thema’s niets met hen te maken hebben. Drie jaar later voeren ze inhoudelijke discussies over actuele onderwerpen en onderbouwen ze hun mening. Die ontwikkeling, van afwachtend naar betrokken, blijft prachtig om te zien.’

Wat mooi! Hoe houd jij hun ontwikkeling tussen hun opleiding bij?

‘Bij burgerschap begin je niet met een nulmeting zoals bij taal of rekenen, maar met een klassikaal gesprek waarin ik op verschillende manieren voorkennis ophaal. Ik wil eerst weten wat studenten al weten en waar hun vragen liggen. Dat doe ik heel laagdrempelig. Bijvoorbeeld door te vragen: ‘Wat is eigenlijk het verschil tussen waarden en normen?’ Vanuit hun antwoorden bouwen we samen verder. Dat ziet er in elke klas anders uit, want iedere groep en iedere student brengt iets anders mee. Daarnaast combineer ik individuele gesprekken met groepsgesprekken. Studenten leren ontzettend veel van elkaars ervaringen en perspectieven. Juist daar ontstaan vaak de mooiste gesprekken.’

Wat heeft het begeleiden van studenten jou zelf geleerd?

‘Dat je als docent flexibel moet zijn. Soms merk ik dat een zorgvuldig voorbereide les niet aansluit bij wat er op dat moment in een klas speelt. Dan moet je durven loslaten en schakelen. Ik heb ook geleerd dat iedere student een eigen verhaal meebrengt. In mijn lessen komen onderwerpen voorbij als oorlog, geldzaken en mentale gezondheid. Dat vraagt om maatwerk. Je kijkt niet alleen naar de student, maar ook naar de mens achter de student. Misschien is dat wel wat ik het mooiste vind aan mijn vak: iedere klas is een kleine samenleving en geen enkele dag verloopt hetzelfde.’

Naast je werk als docent blijf je jezelf ook ontwikkelen en rond je deze zomer je master Onderwijs en Technologie af. Welke kennis wil je graag in praktijk brengen?

‘Tijdens mijn master heb ik me verdiept in digitale geletterdheid en mediawijsheid. In het primair en voortgezet onderwijs bestaan hier al leerlijnen en kerndoelen voor, maar binnen het mbo hebben we nog een flinke stap te zetten. Studenten denken vaak dat ze digitaal vaardig zijn omdat ze social media gebruiken. Maar kritisch en bewust omgaan met algoritmes, nepnieuws, online beïnvloeding en influencers is iets heel anders. Juist vanuit burgerschap kun je daar veel aandacht aan besteden, omdat digitale geletterdheid in iedere beroepscontext terugkomt. Daar wil ik me de komende jaren graag voor inzetten.’

Tot slot: welke tip wil je collega-docenten meegeven?

‘Sluit aan bij de belevingswereld van studenten en neem de tijd om echt te luisteren. Als een student niet meedoet in de les, loop er dan naartoe en vraag wat er speelt. Die vijf minuten aandacht leveren vaak veel meer op dan wanneer je per se je lesprogramma wilt afwerken. Geef studenten de ruimte om hun verhaal te doen en pak daarna samen de draad weer op. Juist die oprechte aandacht zorgt ervoor dat studenten zich openstellen, groeien en uiteindelijk het beste uit zichzelf halen.’

Wil jij ook groeien met TOA?

Bij TOA geloven we in groei. Niet alleen bij de student, maar ook bij jou als docent. Benieuwd naar onze trainingen? Bekijk hier het aanbod.

Heb je vragen over onze trainingen? Maak dan een afspraak met één van onze TOA-adviseurs.

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van alle TOA-ontwikkelingen? Schrijf je dan in voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Wist je dat wij ook te vinden zijn op LinkedIn? Volg ons voor interessante weetjes en een uniek kijkje achter de schermen.