Zo werkt De Overlaat aan het versterken van de basisvaardigheden
Taal en rekenen zijn op De Overlaat niet alleen de verantwoordelijkheid van de docenten Nederlands en wiskunde. Op de vmbo-school in Waalwijk zijn basisvaardigheden nauw verweven met de praktijkvakken. De kracht van hun aanpak zit in de goede onderlinge samenwerking tussen docenten en de gestructureerde manier waarop ze de ontwikkeling van leerlingen volgen en bijsturen.
Docent Nederlands Jojanneke Feenstra, tevens taal- en rekencoördinator, vertelt hoe De Overlaat werkt aan het versterken van de basisvaardigheden en hoe het JIJ! Leerlingvolgsysteem daarbij helpt.
Duidelijke noodzaak, ook volgens praktijkdocenten
Directe aanleiding om de taal- en rekenniveaus van leerlingen beter in kaart te brengen was de verplichting vanuit de overheid. Maar intern was de noodzaak minstens zo duidelijk, vertelt Jojanneke: “Net als in heel Nederland gaat de taalvaardigheid bij onze leerlingen achteruit. Ook collega-docenten bij de profielvakken merken dat in de praktijk. Leerlingen hebben soms echt moeite met het begrijpen van instructies. Denk bij Horeca, Bakkerij & Recreatie bijvoorbeeld aan het lezen van recepten. Of het volgen van stappenplannen bij een afdeling als Bouw, Wonen & Interieur.”
“Aan alle kanten was voor ons duidelijk dat wij onze leerlingen extra moesten ondersteunen op het gebied van begrijpend lezen en hun woordenschat. Dan zie je vanzelf samenwerkingen ontstaan tussen docenten Nederlands en die praktijkafdelingen. Zo van: hoe kunnen we elkaar helpen bij leerlingen die het echt heel moeilijk hebben met taal? Doordat we ons allemaal bewust zijn van het taalniveau, werken we vier jaar lang op allerlei manieren samen om tot onze goede examenresultaten te komen. Met de collega’s van Bouw, Wonen en Interieur hebben we laatst bijvoorbeeld gekeken naar de instructies voor leerlingen. Samen hebben we ervoor gezorgd dat die beter leesbaar zijn voor leerlingen, met kortere zinnen en het gebruik van doe-woorden.”
Vakoverstijgende benadering
Ook rekenen wordt vakoverstijgend benaderd, illustreert Jojanneke aan de hand van enkele voorbeelden. “Leerlingen van de afdeling Economie & Ondernemen organiseren elk jaar een kerstmarkt. Ze maken hun eigen producten, kopen dingen in, verkopen producten en moeten kosten, omzet en winst berekenen. Dat is werken met procenten.”
“Bij Horeca, Bakkerij & Recreatie is het werken met maten in een recept natuurlijk een perfect voorbeeld. Zodra dat thema aan bod komt, nemen de wiskundedocenten de leerlingen mee naar de bakkerij om daar cupcakes te bakken.”
Leerlingen volgen en actief bijsturen met het JIJ! leerlingvolgsysteem
Om de ontwikkeling van de basisvaardigheden te volgen maakt De Overlaat gebruik van het JIJ! Leerlingvolgsysteem. Naast taal- en rekencoördinator, docent Nederlands én mentor is Jojanneke ook de beheerder van dit systeem, en was ze zeven jaar geleden nauw betrokken bij de keuze.
“We hebben een werkgroep ingesteld om te bepalen of we met Diatoetsen, Cito of JIJ! zouden gaan werken; iedereen die dat wilde mocht erover meedenken. Uiteindelijk viel de keuze op JIJ!, vooral vanwege het gebruiksgemak en de visuele manier waarop resultaten worden gepresenteerd. Je krijgt de groei van leerlingen superduidelijk in beeld en haalt er makkelijk overzichten uit, bijvoorbeeld in Excel.”
“Je kunt per leerling aangeven welke extra ondersteuning je wilt aanbieden. Alle klassen zijn aan de juiste collega gekoppeld. Ook de koppeling met Magister is goed; dat zorgt voor een stukje werkdrukverlichting. Daarnaast is er een enorme keuze aan toetsen die je kunt afnemen.”
Ook over de samenwerking met het team van JIJ! is Jojanneke te spreken. “Die is erg prettig. De lijntjes zijn kort. Als ik een keer niet zeker weet hoe iets zit, kan ik altijd mijn contactpersoon Stephanie mailen om er samen naar te kijken.”
Toetsresultaten als signaal
De manier waarop De Overlaat het systeem gebruikt, is in de loop der jaren veranderd. “In het begin was het iets dat vooral bij het management en bij mij als beheerder lag, maar inmiddels maken ook docenten en mentoren er gebruik van. En de resultaten worden ook met ouders en leerlingen gedeeld.”
Toetsresultaten zijn geen doel op zich, benadrukt Jojanneke: “Die vormen aanleiding om te kijken wat een leerling nodig heeft. Om aan docenten en mentoren te vragen wat ze in de lessen zien. Hoe een kind zich gedraagt bijvoorbeeld, of wat er verder aan bepaalde resultaten ten grondslag kan liggen. Vervolgens kunnen we waar nodig gericht ondersteuning bieden.”
Gericht ondersteunen
Concreet: “Wij werken met een lesrooster van drie keer tachtig minuten. Aan de voorkant en achterkant van dat rooster kunnen we ondersteuningslessen aanbieden. Als wij aan de hand van de JIJ!-toets zien dat een leerling nog niet op het gewenste niveau uitkomt, geven we gedurende een periode van tien weken extra ondersteuning op het gebied van begrijpend lezen en woordenschat. Dan volg je in een groepje van maximaal vijftien leerlingen een stappenplan waarin we leesstrategieën oefenen. Na die tien weken is er weer een toetsmoment om te zien of een kind er met de extra ondersteuning op vooruit is gegaan.”
“Als blijkt dat de extra ondersteuningslessen niet genoeg helpen, kunnen we ook individueel hulp bieden. Daarvoor hebben wij remedial teachers, coaches, een orthopedagoog en een ondersteuningscoördinator in huis. We kunnen dus op allerlei niveaus actie ondernemen.”
Andersom kan ook, vervolgt Jojanneke: “Soms zien we dat een kind juist boven zijn of haar eigen niveau en boven de norm presteert. Op dat moment kunnen we vakken op hogere niveaus aanbieden en zelfs diploma’s op maat.”
Ze geeft het voorbeeld van een meisje dat pas kort in Nederland was en vorig jaar, na twee jaar Internationale Schakelklas, op De Overlaat binnenkwam met een kaderadvies. “Voor nieuwkomers nemen we normaal gesproken ERK-toetsen af (Europees Referentiekader voor talen, red.), en het viel ons op dat ze daar heel hoog op scoorde. Daarom hebben we haar een gewone referentietoets laten maken en ook die maakte ze boven verwachting goed. Inmiddels zit ze in 3 mavo. Omdat we snel op een ander niveau wat meer schoolvakken konden aanbieden, zagen we haar meteen groeien.”
Geen cijfers, maar zicht op ontwikkeling
De Overlaat kiest er bewust voor om de resultaten van de JIJ!-toetsen niet uit te drukken in een cijfer. “In plaats daarvan kijken leerlingen, mentoren en ouders samen naar hun scores normscores en hun ontwikkeling. In JIJ! zien leerlingen zelf waar ze naartoe moeten groeien; doordat het zo ontzettend visueel is, is dat heel duidelijk. En omdat we die ondersteuningslessen eraan gekoppeld hebben, weten kinderen ook dat ze die toetsen echt wel serieus moeten nemen.”
Hetzelfde geldt voor docenten, ziet Jojanneke: “De grootste winst zit in de bewustwording. Wanneer collega’s de resultaten van hun eigen leerlingen zien, zien ze in dat iedereen moet werken aan rekenvaardigheden, de woordenschat en begrijpend lezen om tot goede examenresultaten te komen. En daar werken we nu allemaal heel hard aan.”
Advies: loop bij elkaar binnen en stel vragen
Heeft Jojanneke nog een advies voor andere scholen die doelgerichter aan de basisvaardigheden willen werken? “Zorg ervoor dat al je collega’s de noodzaak zien van samenwerken. Loop gewoon bij elkaar binnen. Stel vragen aan elkaar. Waarom pak je het op deze manier aan? Waarom is deze instructietekst zo opgebouwd, met die lange zinnen? Mag ik je helpen om dat leesbaar te maken voor leerlingen?”
“Ik loop regelmatig even binnen bij Bouw. Als ik gebonden zou zijn aan mijn lokaal, zou ik niet zien hoe een meisje daar een lamp in de vorm van een hond in elkaar zet. Daar heb ik de instructie voor geschreven, samen met mijn collega’s van Bouw, dus daar komt taal en praktijk heel dicht bij elkaar. En het leuke is: leerlingen hebben op dat moment helemaal niet door dat ze bezig zijn met tekst, maar elk stapje dat gezet moet worden, elk moertje dat aangedraaid moet worden, hebben wij opgeschreven in begrijpelijke taal. Zodat zij én met taal bezig zijn én met de praktijk.”
“Binnen onze school zit samenwerken sowieso al in de cultuur, wat het makkelijker maakt om elkaar op te zoeken. En met de zeven beroepsprofielen die wij aanbieden, staan we midden in de echte wereld. Bij de afdeling Mobiliteit & Transport staan een aantal echte auto’s. Je kijkt niet op een scherm om te zien op welke knopjes je moet drukken, maar gaat daadwerkelijk naar zo’n auto toe om de olie te verversen. Dat is toch anders dan een vraag in je wiskundeboek over hoeveel centiliter olie er in een auto kan.”
Lachend: “En dan hebben we dus het geluk dat we collega’s hebben die dat allemaal maar goed vinden.” Om, serieus, te besluiten: “Besef vooral dat je dit voor het kind doet. Je doet dit om het kind een positief gevoel van eigenwaarde te geven. Ieder kind groeit, ieder kind volgt zijn eigen pad. Dus iedere groei is goed.”