Tweejarige brugperiode: ‘Je krijgt de tijd om fouten te maken en te leren’

Met ingang van volgend schooljaar heeft de KSE in Etten-Leur een tweejarige brugperiode. “We willen leerlingen langer en beter begeleiden voor er een advies komt”, aldus rector Leezan van Wijk, die ook ingaat op de rol die formatief handelen daarbij gaat spelen.

“We vinden uitstel van selectie een heel goed idee, ook omdat niveau minder belangrijk zou moeten zijn. Ik vind termen als ‘afstroom’ en ‘uitstroom naar een lager niveau’ verschrikkelijk, omdat leerlingen daardoor het idee kunnen krijgen dat ze niet goed genoeg zijn. Het is lastig om dat uit de schoolcultuur te krijgen, maar we moeten daar veel alerter op zijn.”

“Er is steeds meer kennis over het puberbrein. In het kader van passend onderwijs en de beweging richting inclusiever onderwijs is er steeds meer neurodiversiteit in een klas aanwezig. Dat is het nieuwe normaal. Ik denk dat we in het onderwijs lang zijn weggekomen met de gedachte dat sommige leerlingen hier niet thuishoren, of zelfs niet in het reguliere onderwijs. Dat kon eigenlijk altijd al niet, maar over tien jaar kan dat helemaal niet meer. Tegelijkertijd vraagt deze ontwikkeling steeds meer van de docent; het is belangrijk hierin de balans te vinden.”

“Straks zeggen we: je hebt twee jaar om jezelf te ontwikkelen. Er komt nog geen advies over waar je precies thuishoort. Je krijgt de tijd om te vallen en op te staan, fouten te maken, te leren en te ontdekken wat bij je past. We stellen niet alleen het determinatiemoment uit, maar gaan leerlingen ook op een andere manier begeleiden. Met formatief handelen. Een veelgehoorde term in het onderwijs. Maar als je vraagt wat mensen er precies mee bedoelen, blijkt dat niet altijd duidelijk te zijn.”

Hoe maken jullie formatief handelen concreet? En zijn er dingen waar je tegenaan loopt?

“Ik merk twee dingen. Aan de ene kant vinden collega’s het spannend, omdat het voelt alsof er naast de landelijke kaders omtrent basisvaardigheden, kerndoelen en eindtermen nóg iets bijkomt. Maar als je het gesprek erover voert zeggen mensen aan de andere kant juist: ‘Dat doe ik eigenlijk al heel lang.’ Daarom hebben we dit jaar stevig onderzocht wat we precies bedoelen. Hoe gaan we toetsen? Wat is de waarde van een toets? Wat zegt een cijfer eigenlijk? Hoe belangrijk zijn cijfers voor het meten van voortgang?”

We hebben toetsing de afgelopen decennia heilig verklaard en zitten vast in een systeem dat nog steeds gebaseerd is op cijfers

Leezan van Wijk, KSE

“Voorheen had de brugklas één toetsweek aan het einde van het jaar en tussendoor allerlei proefwerken en SO’s. Al die tussentijdse toetsen halen we weg. In plaats daarvan komen er een paar momenten per jaar waarop we centraal toetsen. En zelfs daarbij stellen we de vraag of dat per se een proefwerk moet zijn.”

“Je wilt op gezette momenten de thermometer in een leerproces stoppen. Dat kan op allerlei manieren: een quiz, een toets, een vraagmoment. In het onderwijs hebben we toetsing de afgelopen decennia heilig verklaard en we zitten vast in een systeem dat nog steeds gebaseerd is op cijfers. Dus we moeten dit doen binnen een cultuurverandering die nog niet af is. Maar ik geloof wel dat we die olievlek verder kunnen vergroten. Dat vind ik een mooie ontwikkeling.”

Waar staan jullie in die ontwikkeling?

“Ik merk dat het gesprek op gang komt. Collega’s denken na over wat leerlingen echt moeten kennen en kunnen om ze in die twee jaar klaar te stomen voor het kiezen van een richting. Dan blijkt dat veel onderdelen eigenlijk helemaal niet zo noodzakelijk zijn als we dachten.”

“Daardoor ontstaat ook meer ruimte voor executieve vaardigheden die niet direct gekoppeld zijn aan een vak, maar wel een sterke basis vormen voor de rest van de schoolloopbaan. Denk aan zelfregulerend leren. Begrijpen wat je eigen leerpatronen zijn, waar je kwaliteiten liggen, waar je hulp bij kunt gebruiken, wat je nog te leren hebt… We willen leerlingen het gevoel geven dat ze invloed hebben op hun eigen ontwikkeling, in plaats van dat ze een toets ingaan en maar afwachten wat eruit komt. Daar nemen we nu meer ruimte voor.”

Je had het over het uitstellen van het determinatiemoment. Maar uitstel is geen afstel. Hoe bepalen jullie na twee jaar het niveau van leerlingen?

“We hebben de kaders hiervoor bepaald, maar willen dit komend schooljaar bewust met elkaar verder invullen. Dit om het verandertraject ook zelf vanuit een lerende houding te bewandelen.”

“Daarom hebben we drie lijnen uitgezet, waar projectgroepen op zitten. De eerste gaat over determinatie. Daar zit precies dit vraagstuk in: wat wordt de hoepel waar leerlingen na twee jaar doorheen moeten? Zijn het alleen cijfers of wegen er meer factoren mee? De tweede lijn gaat over toetsing: wat toetsen we precies en wat moeten leerlingen echt kennen en kunnen? De derde over lessen en didactiek. Hoe begeleiden we leerlingen daarin op een goede manier?”

“Het is een cultuurverandering binnen een systeem waarin je uiteindelijk nog steeds wordt afgerekend op het centraal examen en de cijfers die daarbij horen. Maar de weg daar naartoe biedt nog best veel ruimte. Dat maakt het boeiend en spannend tegelijk.”

Wat doe je om die cultuurverandering in goede banen te leiden?

“Ik geloof sterk in participatie. Als we als directie besluiten moeten nemen, probeer ik altijd verschillende perspectieven op tafel te leggen. Wat betekent dit vanuit organisatieperspectief? Wat betekent het voor docenten? En het belangrijkste perspectief: wat betekent het voor leerlingen? De volgende stap is dat we die perspectieven niet alleen meenemen in onze afweging, maar mensen daadwerkelijk aan tafel zetten. Als we bijvoorbeeld anders willen gaan toetsen, dan moeten we leerlingen en docenten vanaf het begin bij het gesprek betrekken.”

“Soms hoor ik collega’s dan zuchten: wanneer moeten we dat doen en hoe organiseren we dat? Ik begrijp dat. Want er komt altijd weer iets bij, ook vanuit de overheid. Basisvaardigheden krijgen meer aandacht. Daar is niemand het mee oneens. De belangrijkere vraag is misschien: wat halen we weg? Waar nemen we afscheid van? Daarom vraag ik collega’s: hoe kan ik jouw werk makkelijker maken? Wat heb je nodig?”

“Uiteindelijk is het vaak minder ingewikkeld dan het lijkt. Leerlingen zijn bovendien bereid om overal over mee te praten. Ze hebben vaak een verrassend goede kijk op zaken. Soms zeggen ze ook gewoon: ik snap waarom dit niet kan of waarom iets niet handig is. Dat gesprek alleen al is ontzettend waardevol.”

“Als er nog één onderwerp is dat ik in dit kader wil benoemen, is het inspiratie. Er is een uitspraak, volgens mij van Mark Twain, die zegt dat je twee keer geboren wordt. De eerste keer is je fysieke geboorte. De tweede keer is het moment waarop je ontdekt wat je roeping is. Voor mij gaat roeping over inspiratie. Geïnspireerd raken én anderen inspireren. Onderwijs gaat in essentie daarover. Ben ik nog in staat om anderen te inspireren? En word ik zelf nog geïnspireerd? Dat is wat je leerlingen in deze kwetsbare levensfase wil meegeven.”

Tot slot: aan wie mogen we het stokje doorgeven? 

“Aan Bob Clerx, een van de oprichters van Bredagora; de Agoraschool die volgend jaar in Breda van start gaat. Als het gaat over passie, inspiratie en leerlingparticipatie, heeft deze onderwijsvorm een interessante kijk op onderwijs.”

Leerlingen ook volgen in hun ontwikkeling?

Lees alles over het JIJ! Leerlingvolgsysteem, de JIJ! Plus toetscreatiemodule en ons trainingsaanbod voor het voortgezet onderwijs. 

JIJ! Training productieve vaardigheden

Meer interviews met schoolleiders in het VO

Leezan van Wijk is de 36e die het stokje in handen kreeg.

Nieuwsgierig naar haar voorgangers? Lees hier alle interviews.