Op Vonk Purmerend gaat relatie boven prestatie: ‘De belangrijkste ingang om tot ontwikkeling te komen’
Op de groene vmbo-school Vonk Purmerend staat het motto ‘relatie boven prestatie’ centraal. Directeur Hans Schoonheim vertelt hoe deze visie doorwerkt in de onderwijsorganisatie, de onderwijspraktijk en het toetsbeleid van zijn school.
“We zijn ervan overtuigd dat de relatie met de leerling de belangrijkste ingang is om tot ontwikkeling te komen”, begint Hans. “Dat was altijd al zo, maar nu hebben we het een keer goed opgeschreven. Om er meer zichtbaarheid aan te geven, en er vanuit de schoolleiding beter op te sturen.”
Hoe doet een schoolleiding dat, sturen op relatie?
“Om te beginnen hebben we onze organisatie anders ingericht. Voorheen richtten de teamleiders en mentoren zich op een jaarlaag. Nu hebben we teamleiders en mentoren voor de verschillende leerwegen: basis, kader en gemengd. Hierdoor kunnen we in de teams bespreken wat leerlingen binnen een bepaalde leerweg specifiek nodig hebben om zich te ontwikkelen. In de basisleerweg hebben we groepen van maximaal zestien leerlingen, in de gemengde leerweg zijn dat er soms wel achtentwintig. Dat vraagt om een andere benadering.”
“Ook zagen we door de jaren heen al dat sommige mentoren van nature beter zijn in het omgaan met leerlingen binnen een bepaalde leerweg. Daar hebben we de organisatie nu op ingericht. Om de week zitten we met de teams van de verschillende leerwegen bij elkaar. We kijken hoe het met de leerlingen gaat en wat we in ons onderwijs kunnen doen om ze verder te helpen.”
“Een goede relatie betekent niet dat alles mag. Er horen kaders bij.“
Hans Schoonheim, Vonk Purmerend
“De relatie met leerlingen is ons uitgangspunt”, benadrukt Hans, “maar dat wil niet zeggen dat je alles accepteert. We hebben ook te maken met de straatcultuur die de school binnenkomt. Hoe ga je daarmee om? Een goede relatie betekent niet dat alles mag. Er horen kaders bij. Als je een keer een afspraak niet nakomt, moet je de kans krijgen om het te herstellen. Maar het moet wel duidelijk zijn wat we op school en in de klas wel en niet willen zien.”
“Stel dat ik met een vriend in het café afspreek en die komt anderhalf uur te laat. Dat kan een keer gebeuren. Maar als het de volgende keer weer gebeurt, ga ik misschien weg. Een relatie betekent dus ook dat je je aan afspraken houdt. Dat geldt op school net zo goed.”
Wat doen jullie nog meer om ‘relatie boven prestatie’ in de praktijk te brengen?
“We hebben ons verdiept in groepsdynamisch werken. Dat is een mooie manier om samen naar een groep te kijken, zonder meteen een oordeel over een individuele leerling te vormen. Tijdens een inspiratiesessie merkte ik dat het team daar veel aan had. We hebben nu een kernteam gevormd dat hiervoor een opleiding gaat volgen. Die collega’s delen hun kennis vervolgens met het hele team.”
“Bij groepsdynamisch werken kijk je niet alleen naar een individuele leerling,” legt hij uit, “maar vooral naar de groep als geheel. In een klas heb je bijvoorbeeld normdragers; leerlingen die veel invloed hebben op wat in een klas als normaal wordt gezien. Dat kan positief uitpakken, als de norm is dat leerlingen goed samenwerken en iedereen meedoet. Maar de groepsnorm kan ook een negatieve invloed hebben. Door de groepsdynamiek in kaart te brengen, kun je daarop ingrijpen. Bij een samenwerkingsopdracht kun je bepaalde leerlingen bijvoorbeeld een andere rol geven. Of je gaat met ze in gesprek om de dynamiek te veranderen.”
Wat betekent ‘relatie boven prestatie’ voor de manier waarop jullie toetsen?
“Daar zijn we nog volop mee bezig. We kijken hoe we op andere manieren kunnen toetsen. In onze praktijkvakken gebeurt dat al veel. Leerlingen moeten vaardigheden laten zien, bijvoorbeeld hoe je een kip vasthoudt. En bij natuurwetenschappen doen leerlingen proefjes, waarbij ze ondertussen laten zien wat ze al weten over de theorie.”
Een ander voorbeeld: “Volgende week hebben we een ‘taaldorp’. Daarvoor is de hele afdeling moderne vreemde talen ingericht met verschillende situaties: Schiphol, een politiebureau… Collega’s spelen rollen en leerlingen moeten dan opdrachten uitvoeren, waarbij ze zich in het Engels moeten zien te redden. Zo kunnen ze laten zien hoe goed ze de taal al beheersen, en dat is vaak verrassend goed.”
“Ook hebben we het mondeling voor Nederlands gekoppeld aan de stages. Leerlingen schrijven een sollicitatiebrief en voeren daarna een sollicitatiegesprek. We merken dat het daardoor echter wordt voor ze. Ze ervaren zelf waarom het nuttig is, want over een paar jaar moeten ze écht solliciteren. Het helpt om het onderwijs te koppelen aan de leefwereld van leerlingen. Je ziet hun ontwikkeling daardoor soms echt versnellen.”
“Het mooiste zou zijn als je zichtbaar kunt maken welke stappen een leerling zet, maar ook hoe de groep zich ontwikkelt. Dat je samen ziet waar je staat en waar je naartoe werkt.“
Hans Schoonheim, Vonk Purmerend
Terug naar toetsing: “Ik vind het vooral belangrijk dat je van een toets leert. Dat staat ook in onze visie, maar het komt er eerlijk gezegd nog te weinig uit. Een toets moet voor een leerling een moment zijn om te kijken: waar sta ik, wat kan ik al goed en wat moet ik nog leren? Dat geldt ook voor docenten en vakgroepen. Als je iets meet, moet je je afvragen wat je daarvan leert. Meten we wel het juiste? Moeten we ons onderwijs misschien anders inrichten? Sommige vakgroepen zijn daar verder in dan andere.”
“Het mooiste zou zijn als je zichtbaar kunt maken welke stappen een leerling zet, maar ook hoe de groep zich ontwikkelt. Dat je samen ziet waar je staat en waar je naartoe werkt. Ook dat is een belangrijk onderdeel van de relatie.”
Wat doen jullie als schoolleiding om dat doel te bereiken?
“Binnen Vonk trekken we steeds meer samen op”, wijst Hans op de bredere Vonk-organisatie, waarin Vonk Purmerend samenwerkt met zeven andere vmbo-scholen in Noord-Holland.
“Samen met de andere directeuren scherpen we onze visie op leren en toetsen aan. Niet zozeer om op elke locatie precies hetzelfde te gaan doen, maar uiteindelijk willen we wel allemaal toe naar dat ‘leren van toetsen’. We staan nog aan het begin van dat proces. Nu eerst onze visie vertalen in toetsbeleid: welke stappen gaan we zetten? En daarna elk jaar een volgende verbetering realiseren. Dat gaat in kleine stapjes.”
Waarom kleine stapjes?
“We hebben zelf ook best lang op prestaties gestuurd. Op cijfers kun je natuurlijk vrij makkelijk sturen, want die kun je gewoon zien. Je kijkt bijvoorbeeld naar het gemiddelde cijfer voor het centraal eindexamen en vergelijkt dat met het landelijke gemiddelde. Is het te laag, dan moet je iets veranderen om het omhoog te krijgen.”
“Een relatie opbouwen en leerlingen op een andere manier bereiken, is veel minder grijpbaar. Het is diffuser, dat maakt het best ingewikkeld. Maar ik denk dat we het goede aan het doen zijn en ik merk ook dat het team dat voelt. Docenten beginnen te ervaren: als ik eenmaal contact heb met een leerling, krijg ik die meestal wel van A naar B. En als het niet lukt, moet ik kijken wat daarvoor nodig is.”
Wat het volgens Hans soms ook ingewikkeld maakt: “Een relatie is iets persoonlijks, iets waar je jezelf in meeneemt, maar we moeten als team wel dezelfde afspraken en kaders hanteren. Zodat leerlingen weten wat ze van ons kunnen verwachten en wat wij van hen verwachten. Dat gezamenlijke is best een uitdaging, maar ik ben ervan overtuigd dat je dit samen moet aanpakken. Ik doe dat met mijn managementteam en mijn teamleiders doen dat met hun teams. We moeten het onderwerp bespreekbaar houden, elkaar erop durven bevragen en goede voorbeelden met elkaar blijven delen. En ja, dat kost tijd.”
Tot slot: aan wie mogen we het stokje doorgeven?
“Aan Edith Pals, directeur van het Gerrit Rietveld in Purmerend. Daar dragen ze de verantwoordelijkheid voor het onderwijs écht over aan de teams, en beperkt de schoolleiding zich tot de bedrijfsvoering. Dat vind ik een mooie ontwikkeling; ik hoor graag hoe ze dat doet.”
Ook werken aan een breed gedragen toetsbeleid?
In een trainingstraject van JIJ! krijg je handvatten voor de uitvoering en implementatie van toetsbeleid toegespitst op jouw schoolsituatie. Daarnaast ontwikkel je met een projectgroep een praktisch en concreet toetsbeleidsplan waar je écht mee aan de slag kunt.
Meer interviews met schoolleiders in het VO
Hans Schoonheim is de 40e die het stokje in handen kreeg.
Nieuwsgierig naar zijn voorgangers? Lees hier alle interviews.
Blijf op de hoogte!
Bericht ontvangen bij een nieuwe aflevering?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief of volg ons op LinkedIn en Instagram