Toetsing op 2College EOA: ‘Een beeld krijgen van het hele kind’

Marjolijn Cuppers en Ruud van Rijt 2College EOA
Marjolijn Cuppers en Ruud van Rijt 2College EOA

2College EOA Oisterwijk verzorgt onderwijs voor leerplichtige jongeren van 12 tot 18 jaar die net in Nederland zijn aangekomen. Dat brengt specifieke uitdagingen met zich mee. In de organisatie van het onderwijs, weet directeur Marjolijn Cuppers. Maar ook op het gebied van toetsing, aldus teamleider Ruud van Rijt.

“Onze grootste uitdaging is zorgen dat leerlingen een veilige landing maken”, begint Marjolijn. “Veel leerlingen wonen op het AZC. De helft is AMV, alleenstaande minderjarige vreemdeling. Dat zijn dus minderjarigen die zonder ouders hier in Nederland zijn, soms nog maar heel kort. Sommigen hebben trauma’s, ze missen hun familie of weten niet waar hun familie uithangt. Sommigen hebben te maken gehad met mensensmokkelaars. Ze zitten in een IND-procedure die stress oplevert. Ze kunnen zich nog niet binden aan de locatie omdat ze niet weten of ze hierna weer naar een nieuwe plek gaan. Dus hun eerste behoefte is zich veilig voelen. In ons land en in ons onderwijssysteem.”

“Vervolgens is de vraag: hoe krijgen we ze aan het leren? Want we hebben maar twee jaar de tijd om ze op een niveau te krijgen waarmee ze kunnen doorstromen naar het reguliere onderwijs. Terwijl: sommige leerlingen zijn niet of anders gealfabetiseerd. De ene leerling heeft een paar jaar onderwijs genoten, de andere nog helemaal niks.”

Leerlingen zitten hier soms een jaar, soms een half jaar, soms zes weken. We hebben een constante instroom van nieuwe leerlingen.

Marjolijn Cuppers, 2College EOA Oisterwijk

“Daar komt nog bij dat wij een schooljaar niet starten met een vaste groep waar je het vervolgens een jaar lang mee doet. Het gebeurt dat leerlingen pas een paar weken bij ons zijn en dan naar een ander azc verhuizen, of andersom. Of ze krijgen een status en gaan ergens anders naartoe. Leerlingen zitten hier soms een jaar, soms een half jaar, soms zes weken. We hebben een constante instroom van nieuwe leerlingen; echt wekelijks.”

Hoe gaan jullie met die uitdagingen om?

“We werken met kleine groepen van maximaal zeventien leerlingen per klas, en maximaal twaalf in groepen met niet of anders gealfabetiseerde leerlingen. We hebben relatief veel onderwijsassistenten die extra aandacht geven aan leerlingen, individueel of in groepjes. Verder hebben we het onderwijs zo georganiseerd dat er een duidelijke structuur is op een dag, met drie blokken van honderd minuten. En we hebben een betrokken team van docenten dat in de regel heel bewust kiest voor dit type onderwijs; mensen met een NT2-achtergrond. Dat alles samen maakt dat het ons behoorlijk goed lukt.”

“Sommige leerlingen hebben al op andere plekken onderwijs gehad. Die komen meestal binnen met een achtergrondrapportage. Waar ze vandaan komen, wat ze daar hebben geleerd, hoe ze cognitief en sociaal functioneren. Wij geven zo’n dossier weer zo compleet mogelijk door aan een volgende locatie als leerlingen onze school verlaten. Naast toetsresultaten bevat het dossier ook observaties die wij zelf doen. Hoe gaat een leerling om met schoolwerk, hoe zelfstandig kan iemand werken, hoe betrokken toont een leerling zich? Op die manier proberen we een goed beeld te krijgen van het hele kind.”

Welke instrumenten gebruiken jullie daarvoor?

Marjolijns collega Ruud van Rijt is aangeschoven. Als teamleider EOA (Eerste Opvang Anderstaligen) is hij nauw betrokken bij de intake van leerlingen en het volgen van hun ontwikkeling.

“We hebben een trajectplan waarin we de schoolse vaardigheden, werkhouding en onderwijsbehoefte van leerlingen bijhouden”, vertelt hij. “Daarvoor gebruiken we JIJ!-toetsen, maar ook eigen vragenlijsten en observatieformulieren op basis van richtlijnen van het LOWAN, het landelijk platform voor ISK’s.”

“Na de intakeperiode, die acht weken duurt, willen we de streefdoelen voor leerlingen in beeld hebben; het beoogde niveau waarop ze kunnen uitstromen. Waar een kind na twee jaar zou moeten staan, zodat we daar nog doelgerichter naartoe kunnen werken. De komende jaren willen we ons leerlingvolgsysteem daar beter bij gaan inzetten.”

Hoe pakken jullie dat aan?

“We zijn dit jaar gestart met ontwikkelteams. Groepen collega’s die dit thema interessant vinden en zich daar binnen de organisatie hard voor maken. Zij doen onderzoek naar een passende vorm voor een leerlingvolgsysteem voor onze school en onderzoeken daarbij ook de ervaringen van andere scholen met leerlingvolgsystemen. Wat werkt wel of juist niet goed, en waarom dan? We vinden het ook belangrijk om de collega’s daarbij aan te haken, want die hebben de taak om de dossiers van leerlingen actueel te houden.”

“Door te werken met ontwikkelteams worden collega’s meer eigenaar van het proces”, vult Marjolijn aan. “Zij zijn de experts op dit vlak, zij nemen het initiatief om op onderzoek uit te gaan. En zij delen hun bevindingen met het team; daar is op gezette momenten een teamoverleg voor gepland. Tegelijkertijd is dat ook het moment om feedback op te halen bij de andere collega’s. Daardoor is er ruimte voor iedereen om z’n zegje te doen, maar het ontwikkelteam heeft uiteindelijk het mandaat om te bepalen hoe we het gaan doen. We merken dat collega’s het fijn vinden om die verantwoordelijkheid te krijgen. Door samen te leren en samen te ontwikkelen krijgen we een lekkere vibe binnen de organisatie.”

Ruud beaamt dit: “We hebben vorig jaar een inspectiebezoek gehad en daarbij kwam draagvlak voor beleid ook naar voren als een thema om aandacht aan te schenken. Nou, we denken dat we dat op deze manier zeker doen.”

Tot slot: wat kunnen professionals in het reguliere onderwijs leren van jullie ervaringen in het onderwijs aan nieuwkomers?

Marjolijn: “Oog hebben voor de hele leerling. Voor de inhoud van de rugzak waarmee die binnenkomt. Ik ben ook directeur van een reguliere mavo en, begrijp me goed, daar is in het reguliere onderwijs ook aandacht voor. Maar ik denk dat we ons in het onderwijs aan nieuwkomers nóg bewuster zijn van de stapjes die een leerling spelenderwijs zet en dat elke ervaring bijdraagt aan iemands ontwikkeling.”

Bij ons krijgen leerlingen geen cijfers, maar is toetsing een schakel in de reële ontwikkeling van het kind.

Ruud van Rijt, 2College EOA Oisterwijk

Ruud: “Ook als het gaat om toetsing, vind ik dat de kracht van ons type onderwijs. Bij ons krijgen leerlingen geen cijfers, maar is toetsing een schakel in de reële ontwikkeling van het kind. Niet toetsen om het toetsen, maar pas toetsen als een leerling er klaar voor is én met een specifiek doel: wat heb jij nodig om de volgende stap te zetten?”

“Onze toetsen hebben als doel om leerlingen naar een bepaald ERK-niveau toe te helpen, het Europese referentiekader dat aangeeft op welk niveau je een tweede taal beheerst. Dus wij stellen de vraag: wat moet iemand kunnen om bijvoorbeeld op A1- of A2- niveau te komen? En wat is er nog nodig om dat doel te halen? En we zeggen dus niet: ‘O, je hebt een zes. Goed gedaan en weer door’.”

Allerlaatste vraag: aan wie mogen we het stokje doorgeven?

“Marijke Vermeer, directeur van een andere vestiging van 2College. Zij is gepokt en gemazeld in het vrijeschoolonderwijs, dat is ook een interessante invalshoek.”

Leerlingen ook beter in beeld krijgen?

Lees alles over groeigericht in kaart brengen van ontwikkeling van leerlingen met het JIJ! Leerlingvolgsysteem, de JIJ! Plus toetscreatiemodule en ons trainingsaanbod voor het voortgezet onderwijs.

JIJ! Training productieve vaardigheden

Meer interviews met schoolleiders in het VO

Marjolijn Cuppers en Ruud van Rijt zijn de 34e die het stokje in handen kregen.

Nieuwsgierig naar hun voorgangers? Lees hier alle interviews.

Plaats een reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *