Keuze-uren, leerlabs en stoplichtbeoordelingen: zo geeft het Hyperion Lyceum leerlingen regie over hun eigen leren

Zo’n vijf jaar geleden ging het Hyperion Lyceum aan de slag met toetsbeleid: minder summatief toetsen, meer formatief handelen. Rond dezelfde periode vernieuwde de school haar onderwijsconcept. Naast kernuren, waarin docenten vooral instructie geven, kwamen er keuze-uren waarin leerlingen zelf bepalen waaraan ze werken. Dit gebeurt in leerlabs, waarin leerlingen uit verschillende klassen samenkomen. Daarbij kunnen ze onder meer kiezen uit de zelfontwikkelde vakken Science en Gamma. Afdelingsleider Rikkert Heydendael vertelt hoe zijn school deze veranderingen vormgaf.

Wat was de aanleiding om jullie toetsbeleid op de schop te nemen?

“De discussie rond formatief handelen en summatief toetsen die destijds opkwam. Ook bij ons speelde die discussie. Wat willen we daarmee? Willen we überhaupt cijfers geven? Daarnaast was er gewoon een wildgroei aan toetsing. Als je daar geen controle op houdt, wordt er bij sommige vakken heel veel getoetst. En wat is dan nog het doel daarvan?”

De discussie rond toetsing speelde tegen de achtergrond van een bredere onderwijsvernieuwing, zegt Rikkert: “We waren al bezig met een andere manier van werken; met keuze-uren en kernuren. Een kernuur is docentgericht, met veel instructie of uitleg. Bij keuze-uren, die leerlingen zelf inroosteren, kun je kiezen uit verschillende vakken en doen we een beroep op de autonomie van de leerling. Dit vanuit de motivatietheorie van Deci en Ryan. Het keuzevak Science is bijvoorbeeld een mix van biologie, natuurkunde en scheikunde in de onderbouw. En je kunt ook Gamma kiezen, waarbij we aardrijkskunde, geschiedenis en economie hebben geïntegreerd. Die vakken hebben we zelf ontwikkeld.”

“In het keuze-uur hebben docenten een coachende rol. Er is een korte instructie van vijf minuten en daarna lopen docenten rond en coachen ze de leerlingen op zowel individueel als groepsniveau. Leerlingen zitten samen in groepjes of individueel te werken, terwijl ze bij een kernles meer in een busopstelling zitten. De keuze-uren vinden plaats in een leerlab; een grotere ruimte waar leerlingen uit verschillende klassen samenkomen. Je hoopt natuurlijk dat ze dan bijvoorbeeld denken: ik ben eigenlijk niet zo goed in Gamma, ik heb een extra uurtje Gamma nodig. Maar ze maken ook andere keuzes. Mijn vriendje uit 2B gaat daar ook in, dus daarom kies ik voor dat vak.”

 Jullie hebben het onderwijs op meerdere fronten tegelijk vernieuwd. Hoe pak je zulke grote veranderingen aan?

“Wij werken met gespreid leiderschap en onderwijswerkgroepen. We hebben een heel goed team, met veel deskundigheid, en ook veel ambitie. Iedereen wil overal over meedenken en meebeslissen. Dat zit echt in onze cultuur. Onze school is pas vijftien jaar oud en die pionierscultuur hebben we nooit echt losgelaten.”

“Wij vragen onszelf continu af waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Daardoor zijn er altijd wel mensen met ideeën. Vanuit de schoolleiding geven we het team daar de ruimte en het vertrouwen voor. Soms lukken dingen niet, maar veel vaker juist wél. Op andere scholen heb ik gezien dat veranderingen vaak met pijn gepaard gaan. Bij ons is dat niet het geval, omdat die verandercultuur er al vanaf het begin in zit.”

Uiteindelijk draait het volgens Rikkert vooral om het team. “Formatief handelen, onderwijsvernieuwing: het is allemaal heel interessant. Maar je moet gewoon een goed team hebben. Mensen die graag lesgeven en willen samenwerken. We hebben een prachtig gebouw, maar in een kartonnen doos kun je bij wijze van spreken ook goed onderwijs geven. Als het team er maar staat.”

“Natuurlijk is er wel eens weerstand, maar dat is meer vanuit meedenken en vanuit die waarom-vraag. En niet met de hakken in het zand. Van: zo doen we het al tien jaar. Dat leeft gewoon niet bij ons.”

En hoe reageren leerlingen op zo’n nieuwe manier van werken?

“Die pikken het goed op. Je moet een beetje flexibel zijn, dat houden we leerlingen en ouders al bij de open dagen voor. Dat zit hem letterlijk in de inrichting van ons gebouw, dat deels open is. De leerlabs, waar leerlingen de hele dag in en uit lopen. En onderwijskundig zijn we dus ook altijd in beweging. Dat vraagt wat van leerlingen, maar over het algemeen zijn die nog flexibeler dan docenten.”

“Bij Spaans krijgen leerlingen een week de tijd voor een toets. Ben je tevreden over het resultaat, dan mag je die laten meetellen. Zo niet, dan is het een formatieve toets en maak je de week erna een andere toets over dezelfde stof.“

Rikkert Heydendael, Hyperion Lyceum

Nog even terug naar toetsing: hoe geven jullie die concreet vorm?

“In de derde klas zijn we nu een pilot begonnen met een vast toetsmoment. Op dinsdagochtend maken alle derde klassen op hetzelfde moment een Science-toets. Dat zorgt voor minder werkdruk. Bij leerlingen én bij collega’s; omdat je minder gespreid toetst, hoef je ook minder verschillende toetsen te maken.”

“Formatief handelen zit er met name bij de talen al heel goed in. Bij Spaans krijgen leerlingen bijvoorbeeld een week de tijd voor een toets. Ben je tevreden over het resultaat, dan mag je die laten meetellen. Zo niet, dan is het een formatieve toets en maak je de week erna een andere toets over dezelfde stof: de meetellende toets. Zo hebben leerlingen meer regie over hun eigen toetsing en cijfers, en daarmee ook over hun planning.”

“En bij lichamelijke opvoeding kijken we bijvoorbeeld niet alleen hoe iemand een volleybal smasht, maar beoordelen we leerlingen ook op samenwerking. Zo organiseren bovenbouwers een sportdag.”

Hoe druk je zo’n beoordeling uit? In cijfers?

“Dat verschilt. Bij lichamelijke opvoeding is het voldoende, goed of onvoldoende. Bij Gamma gebruiken we wel cijfers. Maar tijdens corona was toetsen en becijferen lastiger en hebben we meer beoordeeld op werkhouding. Toen zijn we met stoplichtbeoordelingen begonnen en die hebben we erin gehouden. Bij oranje of rood krijgen leerlingen vervolgens gerichte feedback.”

“Dat is echt de basis voor onze pedagogische aanpak; we verwachten dat iedereen constructieve feedback kan geven. We merken overigens wel dat sommige docenten dat nog lastig vinden.”

Wat doe je om docenten daarbij te helpen?

“Iedereen volgt verplicht een cursus didactisch coachen. Daarnaast is er een weekmemo waarin we dit soort dingen onder de aandacht brengen: stoplichten invullen, hoe doe je dat ook alweer? En we hebben de ene week sectieoverleg en de andere week jaarlaagoverleg, met een heterogene groep docenten uit verschillende leerjaren. Dat zijn ook momenten om het te bespreken. Voor dit soort onderwerpen is altijd ruimte in de agenda.”

Wat zou je andere schoolleiders meegeven die met onderwijsvernieuwing of hun toetsbeleid aan de slag willen?

“Laat het vooral vanuit de docenten komen. Dat is het allerbelangrijkste. Dus bijna nooit top-down. En neem ook de stem van leerlingen mee. Dat kun je op verschillende manieren doen, maar stichting leerkracht heeft daar bijvoorbeeld een mooie methode voor.”

“Oh, en als je een idee hebt, moet je er gewoon voor gaan. Durven op je bek te gaan.”

Tot slot: aan wie mogen we het stokje doorgeven?

“Iris Driessen, een oud-collega die nu als teamleider op het Gerrit van der Veen College werkt. Zij is heel sterk in het vormgeven van het onderwijs vanuit de relatie met de leerling.”

Leerlingen ook volgen in hun ontwikkeling?

Lees alles over het JIJ! Leerlingvolgsysteem, de JIJ! Plus toetscreatiemodule en ons trainingsaanbod voor het voortgezet onderwijs. 

JIJ! Training productieve vaardigheden

Meer interviews met schoolleiders in het VO

Bob Clerx is de 37e die het stokje in handen kreeg.

Nieuwsgierig naar haar voorgangers? Lees hier alle interviews.