Nieuwe Agora-school in Breda: ‘Leren zonder dwang en drang’

Geen toetsen, maar challenges. Geen cijfers, maar feedback van je coach of medeleerlingen. Geen klassen met leeftijdsgenoten maar gemengde groepen met verschillende leeftijden en niveaus. Komend schooljaar gaat in Breda de Agora-school Bredagora van start. Schoolleider Bob Clerx vertelt hoe ze het onderwijs vormgeven, het leren stimuleren én leerlingen voorbereiden op het examen.

In eerste instantie krijgt Bredagora alleen een vwo-afdeling. “We hebben op dit moment alleen een vwo-licentie”, verklaart Bob. “Dat betekent dat we komend schooljaar alleen leerlingen mogen aannemen met een vwo- of havo/vwo-advies. Maar de komende jaren willen we stapsgewijs ook havo en vmbo aanbieden. Inmiddels is de havo-procedure in volle gang.”

Dat gezegd hebbende: “Eigenlijk doen we niet aan niveaus, omdat wij vinden dat we kinderen daarmee benadelen. Maar wettelijk bestaan die niveaus nu eenmaal en daartoe moeten wij ons verhouden. Heel veel leerlingen die in het klassieke onderwijs van vwo naar havo ‘afstromen’, een vies woord dat ze eigenlijk moeten verbieden, doen het in een Agora-omgeving juist wel goed. Omdat wij anders omgaan met het onderwijsaanbod.”

 Voor we ingaan op jullie onderwijs: hoe gaat het met de aanmeldingen? Voor leerlingen en ouders moet het best spannend zijn om te kiezen voor een school die nog niet bestaat…

“We hebben nu 45 aanmeldingen en er zit nog meer in de pijplijn. Volgend jaar moeten het er 90 zijn.”

 Hoe verklaar je de belangstelling?

“We hebben een maatschappelijk probleem waar nauwelijks over wordt gesproken en waar het Agora-onderwijs mogelijk een antwoord op heeft. Om allerlei redenen en op allerlei niveaus vallen een heleboel leerlingen uit. In heel Nederland zitten kinderen thuis op de bank. Wij krijgen leerlingen binnen die gewoon niet in een bus-opstelling een rooster willen doorlopen met ieder uur een ander vak.”

“Traditioneel gezien is onderwijs één rooster, één klas, één leraar, één vak, één niveau. Eén plek voor één jaar. Zo is het onderwijs sinds de negentiende eeuw georganiseerd. Maar de tijdgeest is veranderd. Veel leerlingen willen niet zes jaar lang naar een leraar luisteren die voor de klas een verhaal vertelt, soms afgewisseld met een project. Dus wij zijn gestopt met het geven van één vak op één plek op één niveau op één moment in één klas. Dat werkt gewoon niet, zeker niet voor kinderen die neurodivergent zijn, hoogbegaafd zijn, heel sportief zijn, of juist heel graag met hun handen bezig zijn. Want heel veel vwo’ers willen ook aan auto’s sleutelen.”

“Wij proberen een omgeving te creëren waar al dat leren er mag zijn. Dus als ik één suggestie voor een titel boven dit artikel mag doen, dan is dat ‘Leren zonder dwang en drang’. Wij geloven dat een kind onvoorwaardelijke aandacht nodig heeft van een docent en dat een docent alles moet willen weten over hoe een kind leert. Dat het de plicht van de school en de leraar is om het ongemak en de verwondering op te zoeken. Want daar vind je de intrinsieke motivatie van leerlingen.”

In welke vorm gieten jullie dat?

“Wij doen dat met challenges. Persoonlijke leerdoelen, die kunnen variëren van Koreaans leren of een toneelstuk schrijven tot een programmeertaal leren of een moestuin aanleggen en bodemonderzoek doen. Zolang het maar vanuit het kind komt. Om leerlingen te inspireren organiseren we wekelijks inspiratiesessies met mensen van binnen en buiten de organisatie.”

Op Bredagora krijgen leerlingen geen proefwerken of overhoringen. Maar, zegt Bob: “Ik provoceer graag door te zeggen dat we juist méér toetsen dan op niet-Agora-scholen. Maar wel anders. Leerlingen mogen zelf kiezen hoe ze aantonen wat ze geleerd hebben. Sommigen kiezen een boektoets. Maar twee derde kiest voor een alternatieve manier om te laten zien dat ze bepaalde doelen hebben behaald. Een evaluatiegesprek met je coach, een peer assessment, een video of een toneelvoorstelling. Op die manier bevragen we leerlingen continu over het eigen leerproces.”

De wetenschap maakt onderscheid tussen formeel en informeel leren, tussen het curriculum en de persoonsvorming. We proberen beide te waarderen, zonder cijfers.

Bob Clerx, Bredagora

“In elke challenge zitten verschillende leerelementen. Het schrijven en opvoeren van een toneelstuk vergt kennis van literatuur, maar ook van licht en geluid. Tijdens het leren van Koreaans kun je een diploma op A2-niveau halen, maar stel dat het jou lukt om tijdens dat proces jouw spreekangst te overwinnen? Daar moeten wij bij stilstaan, dat moeten we ook vieren, daar moeten we meer waarde aan hechten dan aan het cognitieve resultaat. De wetenschap maakt onderscheid tussen formeel en informeel leren, tussen het curriculum en de persoonsvorming. We proberen beide te waarderen, zonder cijfers.”

Helemaal geen cijfers?

“Nee, in de onderbouw krijgen kinderen helemaal geen cijfers. Tenzij ze er zelf om vragen met een reden die bijdraagt aan hun leervraag. En in de bovenbouw zijn de examencijfers de enige cijfers, omdat die wettelijk verplicht zijn. We hebben een online omgeving waarin leerlingen alle opbrengsten van hun leren hebben staan. Binnen coachgroepen presenteren ze die opbrengsten aan elkaar. In zo’n groep zitten leerlingen van alle leeftijden door elkaar gehusseld, van 12 tot 18 jaar. En ze weten van elkaar niet welk niveau ze hebben, omdat we ze daarmee niet willen labelen en beïnvloeden.”

Hoe weet je dan of een leerling klaar is voor het eindexamen? Uiteindelijk moeten ze toch door die hoepel heen…

“Dit is de filosofische vraag die eigenlijk in de Telegraaf of de Volkskrant zou moeten staan. De vraag die niemand durft te stellen, maar die echt moet worden besproken. Want we doen allemaal alsof we meten en weten wat kinderen leren, maar het brein is te complex. We proberen het vast te leggen in een cijfersysteem, maar het zegt toch niets als een kind zakt op één tiende punt? Dat is toch belachelijk?”

“In de bovenbouw moeten leerlingen een vakkenpakket kiezen. Als het aan mij ligt, schaffen we dat ook af. Maar om het praktische antwoord op je vraag te geven: je moet maatschappijleer, Nederlands, Engels, wiskunde en een vreemde taal in je pakket hebben. Dus vanuit mijn rol als schoolleider ben ik enorm aan het laveren. Zoveel mogelijk wegblijven van een systeem dat ik niet wil. En tegelijkertijd meedoen met dat systeem, omdat we dat wettelijk verplicht zijn en het ook zijn mooie kanten heeft.”

“De kracht van Agora-onderwijs is dat we onze PTA’s zo leeg mogelijk invullen. En dat we ook daarover in gesprek gaan met het kind. Zo van: wij moeten een aantal vaardigheden getoetst hebben. Dat hoeft niet van ons, dat moet van het ministerie. Dus hoe gaan we ervoor zorgen dat we deze doelen behalen? Je moet dit niveau van spreekvaardigheid en schrijfvaardigheid beheersen; hoe kunnen we die in een challenge verstoppen? Dan gebeurt het alsnog vanuit intrinsieke motivatie. En er zijn ook leerlingen die zeggen: vertel mij maar gewoon wat ik moet doen, want anders is het zo’n gedoe. Dan werken ze het programma van A tot Z af, maar nog steeds op basis van hun eigen keuze.”

Tot slot: aan wie mogen we het stokje doorgeven? 

“Aan Rikkert Heydendael, afdelingsleider bij het Hyperion Lyceum Amsterdam. Zij doen ook supergave dingen met andere onderwijs- en toetsvormen.”

Leerlingen ook volgen in hun ontwikkeling?

Lees alles over het JIJ! Leerlingvolgsysteem, de JIJ! Plus toetscreatiemodule en ons trainingsaanbod voor het voortgezet onderwijs. 

JIJ! Training productieve vaardigheden

Meer interviews met schoolleiders in het VO

Bob Clerx is de 37e die het stokje in handen kreeg.

Nieuwsgierig naar haar voorgangers? Lees hier alle interviews.