Welke toetsen bevat de TINA?
Met de TINA kun je vaststellen in welke fase van het alfabetiseringsproces de cursist zich bevindt en kun je dit proces monitoren. De toets meet de technische en functionele lees- en schrijfvaardigheid van de cursist en ook de onderliggende auditieve vaardigheden. Zo kan het algemene alfabetiseringsniveau worden vastgesteld. De toetsen zijn gekoppeld aan het Raamwerk Alfabetisering NT2.
Tempo Lezen
De TINA begint met de afname van de toets ‘Tempo Lezen’. Deze toets meet de mate van vloeiendheid in het (technisch) lezen. Wellicht is deze toets al met het INT2 afgenomen. Het kan zijn dat je dit toetsonderdeel opnieuw wilt afnemen, bijvoorbeeld omdat er al enige tijd is verstreken sinds de afname van het INT2. Of omdat je een eigen observatie van dit onderdeel wilt hebben. Daarom zit in de TINA een nieuwe versie van deze toets. De toets ‘Tempo Lezen’ bepaalt niet alleen of een cursist naar een alfabetiseringstraject moet, maar ook welke vervolgtoetsen van de TINA je moet inzetten.
Lezen, schrijven en luisteren
De toetsboekjes Alfa A, Alfa B en Alfa C bevatten opdrachten voor technisch en functioneel lezen en schrijven en voor auditieve vaardigheden. De opdrachten sluiten aan op het Raamwerk Alfabetisering NT2. Als een cursist niveau C beheerst, is hij of zij voldoende gealfabetiseerd om aan een regulier traject te beginnen.