Het Kennemer College werkt samen aan een toetsvisie

Over dromen, doorzetten en draagvlak

Dit artikel is geschreven door Carolien Plasschaert en verscheen eerder in Van12tot18.

Hoe vorm je als school een visie omtrent toetsbeleid? Hoe kom je tot een concreet beleidsplan en – misschien nog wel belangrijker – hoe implementeer je dit op een manier waarmee iedereen tevreden is? Het Kennemer College (havo, atheneum, gymnasium) in Beverwijk zit midden in dit proces. “Het levert veel meer op dan gedacht”, zegt rector Marc van Buuren.

Veel toetsen. Héél veel toetsen. Het Kennemer College stond er bekend om. De roep om verandering klonk de laatste jaren steeds luider. Zowel docenten als leerlingen en ouders, ze gaven allen aan dat er iets moest veranderen aan het toetsbeleid op school. Een rapport van de inspectie bleek vorig jaar de perfecte aanleiding om de werkwijze op school gron­dig aan te pakken. Het zette de boel op scherp, maar bood ook de mogelijkheid om fundamentele veranderingen door te voeren.

“Normaal gesproken worden beleidsstukken opgepakt door de schoolleiding”, vertelt rector Marc van Buuren. ”Maar dit plan hebben we anders aangevlogen. We hebben docenten en leerlingen gevraagd om vanaf het begin met ons mee te denken en samen tot een toetsvisie te komen. Uniek voor onze school: niemand van de directie heeft er in deze eerste fase met zijn vingers tussen gezeten”’

De school werd hierbij begeleid en geadviseerd door een externe partij, Bureau ICE. ”Ik heb geen kant en klare visie in mijn koffertje, maar ik heb wel tools om deze te helpen ontwikkelen”, zegt trainer­adviseur Jesús de la Torre y Rivas. “Als je écht iets wilt veranderen, moet je terug naar de kernvraag: waarom wil je toetsen? Pas daarna bekijk je wat dit voor de toetsvormen, de hoeveelheid toetsen, en de kwaliteitseisen betekent. Het toetsbeleid geeft antwoord op de vraag waar je naartoe wilt. Bij de implementatie stel je je de vraag waar je als school staat, en hoe je de daar gaat komen.”

 

Dromen, denken, doen

Een nieuw toetsbeleid waarbij de nadruk ligt op formatief evalu­eren en veel minder op summatief toetsen, vergt een flinke cul­tuuromslag. Docenten, leerlingen én ouders zijn vaak gewend aan veel toetsen en veel cijfers. Zo’n andere manier van werken werkt alleen als er voldoende draagvlak is. “In de eerste fase merk je vaak weerstand”, vertelt de la Torre Y Rivas verder. “Mensen zijn sceptisch omdat er vaak verande­ringen worden aangekondigd, zonder dat deze vervolgens goed worden geïmplementeerd. Of ze zijn huiverig voor de extra tijd die het zal gaan kosten. Daarom is goede begeleiding en het geven van praktische handvatten erg belangrijk.”

De la Torre Y Rivas: “We zijn gestart met een inspiratiedag, waar werkgroepen van docenten en leerlingen samen aan de slag gin­gen. Het traject was onderverdeeld in drie onderdelen: dromen, denken en doen. In de eerste fase schreef iedereen al zijn of haar dromen omtrent de manier van toetsen op. Alles mag, niks is te gek. Al deze dromen werden verzameld op grote vellen papier. Vaak voorkomende wensen waren: toetsdruk verminderen, ge­holpen worden als iets niet duidelijk is en het mogen kiezen van een toetsvorm ­- bijvoorbeeld een werkstuk of een proefwerk. “Vervolgens bekeken we met een groep docenten wat er nou eigenlijk onderwijskundig staat”, vervolgt de la Torre Y Rivas. “De groep dacht na en destilleerde welke dromen haalbaar zijn, bij de visie passen en een plek moesten krijgen in het plan. Zo werkten we samen toe naar een concept van een nieuw toets­beleid. Ik schreef op basis van deze output een eerste versie van het beleidsplan.”

 

IJskoude douche

Bij zo’n plan -­ dat is gemaakt in samenspraak met docenten en leerlingen -­ is implementeren en draagvlak creëren vervolgens een koud kunstje, toch? “Dat viel behoorlijk tegen”, lacht rector van Buuren, als hij eraan terugdenkt. “We waren zelf ontzet­tend tevreden met het resultaat. Nadat we het in het MT hadden besproken, presenteerde ik het vol goede moed aan de MR. Dat bleek naïef. Want zij schoten het aan alle kanten af. Dat was een ijskoude douche die ik niet zag aankomen.”

De grote kritiek van MR­leden was: dit gaat toch niet werken? Je gaat toch alleen ergens voor werken als je er een cijfer voor haalt, dat meetelt? Van Buuren vervolgt: ”De leden wilden onderhan­delen. Ze wilden het aantal toetsen bijvoorbeeld weer opvoeren. Toen dacht ik bij mezelf: nee. Dan doe ik afbreuk aan de visie, die juist zo sterk is.” Van Buuren besloot het plan terug te trekken, de werkgroep weer bijeen te roepen en zich opnieuw te beraden. De teleurstelling was groot. “We hebben hier maanden aan gewerkt, hoe kunnen onze collega’s dit afschieten? We bleven achter het plan staan en besloten dat er betere communicatie nodig was, zodat iedereen zou begrijpen waar we vandaan komen en waar we naar toe willen.” En zo geschiedde. Midden in coronatijd werd in allerijl een bijeenkomst georganiseerd waar een plenaire toelichting gegeven werd op het waarom van het stuk en waarom het anders op school moest. Na de uitleg werden alle secties uitgenodigd om te reageren en met eigen input te komen.

 

Spannende tijd

Wat volgde, waren goede gesprekken tussen alle collega’s en de werkgroepen. Vanuit alle teams en secties is er input opgehaald en dat is verwerkt in het beleidsplan. Saskia Ritman (teamleider vwo 4, 5 en 6): “Naar aanleiding van deze gesprek­ken zijn er inhoudelijk wat aanpassingen gedaan. Door met elkaar te praten en het plan nog meer toe te schrijven op ver­schillende lagen en niveaus, creëerden we meer draagvlak.”

Het plan werd zo steeds verder gefinetuned. De visie staat vast, nu komt het echt aan op de uitvoering. Wat is daarvan te merken, een paar maanden na de start van het nieuwe schooljaar? “Momenteel is er een windstilte, een luwte”, merkt Van Buuren. “We hebben een bedding gecreëerd met dit toetsbeleidsplan, waar iedereen aan heeft mogen meewerken. We moeten nu meters gaan maken. Papier is geduldig, maar de praktijk is weerbarstig. Het is een spannende tijd, want we verbouwen de winkel terwijl deze nog open is.”

 

Rijke wereld

“We zijn er dus nog niet”, vult Marco Bakker aan. Hij is team­leider van havo 4 en 5 en vertelt over de expertgroepen die zijn opgericht om de implementatie goed door te kunnen voeren. Toetsen maken is een vak. De kwaliteit van toetsen ligt onder een vergrootglas en is belangrijker dan ooit. “We starten twee scholingstrajecten. Een omtrent formatief evalueren, de ander gaat over de invoering van een toetsexpert per sectie.”

Ook al is de cultuuromslag nog in volle gang, van Buuren vindt het traject nu al van grote waarde.”Ik durf haast te zeggen dat dit beleidsstuk, dat ogenschijnlijk heel technisch en plat is, ook een instrument voor schoolontwikkeling is. Er wordt meer met elkaar gepraat en er komt een hele rijke wereld onder vandaan. Een wereld waarbij je in het hart van het onderwijs de gesprekken met elkaar voert die er écht toe doen”.

 


Meer lezen

Iedere leerling leert en ontwikkelt zich anders. Door inzicht te krijgen in hoe leerlingen zich ontwikkelen en in hun leerproces, helpen we hen om zich maximaal te ontplooien. Wij geloven in toetsen om van te leren. Toetsen op een manier die leerlingen onderdeel maakt van hun eigen leer- en ontwikkelproces. En die docenten zicht geeft op waar de hiaten zitten en welke feedback of hulp er nodig is.

JIJ! Toetsing & Training adviseert, inspireert en ontzorgt in het creëren van waardevolle leermomenten. We ondersteunen het voortgezet onderwijs op drie in elkaar grijpende niveaus: toets- visie en toetsbeleid, training en professionalisering en tools. Op deze manier kun je toetsing inzetten om het onderwijs beter te maken.

 

Plaats een reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.